Een Ulmus van de composthoop
Een bonsaiverhaal
Tekst en illustraties: Marc De Beule, Eindfoto’s: Willy Evenepoel
Het verhaal vooraf.
In 1983 deelde de VBV zaaigoed uit om de leden aan te zetten tot experimenteren. We kregen een ruwe iep, Ulmus procera, van 5 mm dik en zowat 40 cm hoog. Bij mij ging die de volle grond in. Elk jaar afsteken met de spade en verder soms wat inkorten. Verder niets.
Daarna uitgraven en oppotten in een grote houten bak. De diameter was toen ongeveer 6 cm. Door selectief snoeien was er aan kruin ontstaan, zonder verfijning. Daar wou ik dan aan beginnen.
Probleem, de eerste takken stonden veel te hoog. De klassieke oplossing is dan ‘marcoteren’. Wat ook gebeurde.
Na het oogsten van de marcot gooide ik de wortelkluit met stambasis weg op de composthoop. Letterlijk dus. Enkele maanden later merkte ik dat de stambasis was beginnen uitlopen. Dus reduceerde ik de wortelkluit heel erg en potte op in een relatief kleine bak. De uitlopers bleven overvloedig uitgroeien. Op het eind van het seizoen maakte ik een selectie en kortte ik alle takken in. Dat herhaalde zich een paar jaar na elkaar. Tijd voor een echte vormgeving. Ik verkleinde de kluit nogmaals en de olm kreeg een bonsaipot.
De grote uitdaging? Wat doe ik met de grote snoeiwond?
Het ‘startmateriaal’
De wortelkluit liet zich verkleinen van ongeveer 40×30 cm tot een kluitje van 20 cm diameter en slechts enkele cm diep. De boom zelf heeft op dat moment reeds een diameter van ongeveer 8 cm.
De kruin bestaat uit vrij veel takjes met ongeveer dezelfde dikte.
Uitdagingen
- De stam heeft een grote snoeiwond. En die zal zeker niet dichtgroeien. Bovendien is er nog altijd een snoeiwond zichtbaar waar eens een grote wortel zat.
- De takken ontwikkelden zich links en rechts van de snoeiwond. Er is dus een ruimte waar geen vertakking ontspringt. Probleem of juist het begin van de oplossing?
Voorbereiding en het ruwe werk
Er drong zich slechts één oplossing op. Namelijk het aanmaken van een holle stam. ‘Saba miki’ dus.
Om makkelijk te werken werden de takjes in bundels bij elkaar gebonden. In die tijd waren freeskoppen met een lange stift nauwelijks verkrijgbaar in Europa. Dus werd de boormachine er bij gehaald met daarop een soort freesboor die je in de betere gereedschapszaken kon vinden.
Merk op dat er een zone werd gemarkeerd die loopt tot de grote wond van de wortel.

Voor een dergelijk werk moet je de boom eigenlijk kunnen fixeren. Met een ronde pot is dat zeer moeilijk. Vandaar maar de eigen benen ingezet om de pot te klemmen.
Het goede nieuws is dat de jeansbroek het overleefd heeft.
Tijdens dit werkje zorgde ik ervoor dat er een gat ontstond tot in de wortelkluit. Zo zou het water kunnen wegvloeien en niet in de holte blijven staan.
Eens de grote holte klaar volgde het fijnere werk met de Dremel en de gangbare freeskopjes.
Verfijnen
De beelden hiernaast en hieronder geven het resultaat na een paar uurtjes werken.
Merk op dat de grote wond van de wortel verbonden werd met de holle stam.
Ander punt, de holte is niet mooi egaal rond en de ‘kale’ zonder – die zonder takken dus – is omgezet naar een deel van de holle stam.
Belangrijk daarbij is dat het een asymmetrisch geheel geworden is, met een hogere wand achteraan. Je kan dus wel in de holte kijken maar er niet helemaal doorheen. Dit zorgt voor diepte en schaduwen.
En verder
Jaar na jaar mochten de twijgen een gans groeiseizoen uitgroeien om de in de winter teruggsnoeid te worden.
Vanaf 2016 kwam daar ook jaarlijks, zowat half juni, bladsnoei bij. Zo werd er stap voor stap een goede kruin opgebouwd.
De boom kreeg een rechthoekige bonsaipot, die op zich wel mooi is maar toch niet helemaal paste. Toch werd de boom een tweetal keer geselecteerd voor een tentoonstelling. Tussen de twee foto’s links zit slechts twee jaar. Belangrijk. Het is mogelijk om snel snel een grotere kruin op te bouwen. Maar … de verfijning gaat dan helemaal verloren. Een flinke portie geduld is dan ook sterk aanbevolen.
Het dode hout evolueerde. Het kreeg een zilvergrijze kleur. Er kwam geen frezen meer aan te pas. Om de twee jaar werd het vuil en de zachte deeltjes van het dode hout weggehaald met een staalborsteltje op de Dremel. Verder niets.
Uitdagingen voor de toekomst
Er zijn nog wat groeimogelijkheden voor deze bonsai. Ik bedoel eigenlijk verbetermogelijkheden, puur op esthetisch vlak.
- De kruin mag nog wat voller, breder vooral. Dan sluit die beter aan bij de dikte van de stam. Maar … zoals eerder geschreven, dat moet stap voor stap. Nog drie, vier jaar?
- De pot. Die mag nog eleganter. Vermoedelijk zal het een Europese pot worden, gemaakt op bestelling. En dat heeft dan weer alles te maken met de juiste maten.
- Het winterbeeld. De verfijning van de takjes is nu al prima. Alleen, er zitten nog te veel kleine takjes in die kruisen en het ritme verstoren. Niets van te zien in de zomer, maar in de winter essentieel om de schoonheid te laten overkomen.
Tijd om tot in de finesse te gaan
De foto hiernaast dateert van september 2025. Een foto is altijd een scherprechter en toont waar het beter kan.
De nebari, stamaanzet, kan links en rechts beter aansluiten bij het grondoppervlak. De pot is te ‘braaf’ en verder moet ik op zoek naar een beter tafeltje als ik de boom op topniveau wil tentoonstellen.
xx
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be




















Hoe een “met het badwater weggegooid lelijk eendje” tot een mooie zwaan kan uitgroeien.
N.B.: Wat is er van het gemarcotteerde bovenstuk geworden?
Verkocht op een bonsaimarktje.
Verkocht op een bonsaimarktje
Leuk verhaal en een mooi resultaat.
Zijn er dingen die je achteraf gezien beter anders aangepakt zou hebben?
Ik zou de ’toekomstige’ gesteltakken een jaar langer ongemoeid laten doorgroeien. Om dan drastisch in te korten. Dan zouden ze wat dikker zijn. Nu gaat die verdikking erg langzaam.