22 Stijlen Een retro bijdrage

Illustraties: Hugo Beliën Tekst: Agnes Muylaert Bewerking: Marc De Beule

In 1986 bracht de VBV een map uit met 22 prenten over telkens een andere stijl. Hugo Beliën, een lid uit Limburg en vooral een gedreven bonsaika en kunstenaar, maakte de illustraties. Een combinatie van collage en tekening. En dat alles mooi in kleur. De reproducties, 22 prenten op A4 formaat, in zwart wit kende veel belangstelling. We verkochten niet minder dan 2000 mappen, ook in Frankrijk.

De prenten kwamen echter nooit in kleur uit, ze waren enkel te zien op een paar tentoonstellingen. Gelukkig bleven de prenten bewaard. We presenteren de reeks nu in kleur. Uiteraard na een beperkte bewerking. Enkele sporen ‘des tijds’ blijven echter zichtbaar.

Agnes Muylaert, medestichter en een tijdje voorzitter, maakte een inleidende tekst en de uitleg bij elke prent. We nemen deze tekst ongewijzigd over.

CHOKKAN – Formeel rechtopgaand

Een kaarsrechte stam die naar boven toe gelijkmatig dunner wordt. De takken zijn evenwichtig rondom de stam geplaatst en de wortels waaieren naar alle kanten uit. Dit is een van de meest klassieke hoofdstijlen.

MOYOGI – Informeel rechtopgaand
De stam vormt sierlijke, ruime bochten die naar de top toe korter worden. De top van de boom bevindt zich precies boven het midden van de stambasis. Takken groeien aan de buitenkant van de bochten. Dit is een zeer elegante en veelvoorkomende stijl.

SHAKAN – Hellende stijl
De stam helt naar links of rechts in een hoek van 11° tot 45° ten opzichte van de verticale lijn. De takken groeien aan beide kanten van de stam.

FUKINAGASHI – Gejaagd door de wind
De stam en alle takken groeien in één richting, alsof ze door een constante sterke wind of storm zijn gevormd. De stam zelf kan zowel recht als hellend zijn.

Als de takken toch aan de andere kant zitten plooien ze helemaal mee naar de windrichting. Vaak zitten er ook dode takken tussen.

HAN KENGAI – Half cascade
De stam helt sterk over en buigt tot net boven of iets onder de rand van de pot. De top van de boom komt echter nooit lager dan de bodem van de pot.

KENGAI – Cascade (watervalstijl)

De stam buigt scherp naar beneden en valt als een waterval over de rand van de pot, tot onder de bodem. Hiervoor wordt altijd een hoge pot gebruikt. De hoek van de stam ligt tussen de 30° en 90° onder de horizontale lijn.

BUNJINGI – Literati-stijl
Geïnspireerd op de Chinese en Japanse schilderkunst. De lange, slanke stam kan elke vorm hebben, maar heeft slechts een paar takken die op een artistieke manier bij de top gegroepeerd zijn.

NEJIKAN – Gedraaide stam
De stam is om zijn eigen as gedraaid of verwrongen. Dit kan een genetische eigenschap zijn of veroorzaakt worden door natuurlijke invloeden zoals wind of de groeiplaats.

HOKIDACHI – Bezemstijl
Een korte, rechte stam met takken die vanuit één punt uitwaaieren en een kroon vormen. Het lijkt op een omgekeerde bezem.

SHARIMIKI – Drijfhoutstijl
De boom (recht, hellend of gebogen) heeft een stam die over een groot oppervlak bestaat uit dood, verweerd hout.

SABAMIKI – Holle of gespleten stam
De stam is gespleten of uitgehold door natuurlijke processen.

TAKO-ZUKURI – Octopusstijl
De stam slingert in kunstmatige bochten omhoog. Dit is een onnatuurlijke stijl die vroeger populair was, maar tegenwoordig bijna niet meer voorkomt.

 

Deze stijl met overdreven kronkelende takken is uit de mode geraakt.

NE-AGARI – Wortelstam
De wortels staan hoog boven de grond, waardoor het lijkt alsof de aarde rondom de boom door jarenlange erosie is weggespoeld.

 

 

Tegenwoordig: steltwortelstijl

SOKAN – Dubbelstam

Twee stammen groeien uit één gemeenschappelijke basis. Ze moeten verschillen in lengte en dikte, maar wel dezelfde stijl hebben (bijvoorbeeld beide gebogen of beide hellend).

    • SANKAN: Drie stammen uit één basis.
    • GOKAN: Vijf stammen uit één basis.

Deze twee termen zijn niet meer in gebruik. Men spreekt nu van sokan als er twee stammen zijn. Bij drie of meer stammen uit één stambasis spreekt men van klompstijl of kabudachi.

KADUBACHI – Meerstammige stijl
Een groep van vijf stammen of meer (bij voorkeur een oneven aantal) die uit één basis groeien. Dode stammen of resten ervan meegerekend.De stammen variëren onderling in dikte en lengte.

Nu spreekt men over de klompstijl.

SOYU – Twee bomen-stijl

Twee aparte bomen van dezelfde soort worden samen in één schaal geplant. Volgens de regels moeten ze duidelijk verschillen in hoogte en dikte.

IKIDABUKI – Vlotstijl
Dit bootst een omgevallen boom na die opnieuw is gaan wortelen. De voormalige zijtakken groeien nu recht omhoog als een rij individuele stammen op een horizontale stam.

NETSUNAGARI – Verbonden wortelstijl
Meerdere bomen lijken zelfstandig, maar zijn ondergronds verbonden via één kronkelende oppervlaktewortel. Het belangrijkste verschil met de vlotstijl is dat de verbindende wortel hier vaak gebogen is.

 

De dag van vandaag maakt men het onderscheid tussen ikadabuki en netsunagari niet meer. Na een paar jaren is het niet meer te zien of de ‘liggende stam’ voortkomt uit een stam of een wortel. Men spreekt enkel nog van de vlotstijl of ikadabuki.

ISHITSUKI – Rotsbeplanting

Hierbij zijn er twee hoofdvormen:

  1. De boom staat op een rots die in een schaal met water of zand is geplaatst.
  2. De boom is zo geplant dat de dikke hoofdwortels over de rots heen groeien en in de aarde van de schaal wortelen.

YOSE-UE – Bosbeplanting
Verschillende bomen worden samen geplant om de illusie van een natuurlijk bos of een kleine groep bomen te wekken.

SAIKEI – Landschapsbeplanting
Een miniatuurlandschap waarbij bomen worden gecombineerd met rotsen, waterpartijen of mos. Het doel is om een specifiek natuurbeeld na te bootsen, zoals een bergbeek of een rotsachtige kust.

xx

Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be