Bonsaidorpen in Japan 2. Kinashi
Tekst en illustraties: Marc De Beule
Het eiland Shikoku was tot voor enkele decennia enkel bereikbaar met de boot en beperkt ook met het vliegtuig.
Nu zijn er twee lange spoor- en autobruggen die een snelle verbinding mogelijk maken. De bruggen vertrekken vanuit Osaka en Okayama over de Seto (binnenzee). Vooral de spoorverbinding vanuit Okayama, die aansluit op een shikansen-lijn is zeer betrouwbaar en heeft een hoge frequentie. In een uur brengt men je tot in Takamatsu waarvan Kinaschi een deelgemeente is.
Vroeger was Kinashi vooral een productiecentrum van in hoofdzaak zwarte dennen, Pinus thunbergii of kuramatsu. Deze werden en worden gekweekt voor niwaki, vormbomen voor de tuin en bonsai. Alles begint daar in volle grond en een kweekproces tot verkoopbaar materiaal duurt dertig tot veertig jaar. Dit is een werk van generaties. En daar zit nu net een probleem.
Van niwaki naar bonsai
In de hoogdagen van het dorp lag de nadruk van de kwekerijen op tuinbomen. Bonsai zijn er ook altijd geweest maar ze hadden een beperkter belang. Meer dan dertig bedrijven hadden in en rond het dorp vele velden met eindeloze rijen bomen. Die werden opgestart uit zaad gewonnen in het binnenland van Shikoku. De jonge zaailingen blijven een tijd in pot en daarna gaan ze voor jaren in de volle grond. Alle ingrepen, snoei, naaldenpluk en dergelijke gebeuren op het veld.
De dag vandaag ligt er meer nadruk op shohin. Die planten gaan wel voor een tijdje in een pot om zeer laag aangezette gesteltakken uit te lokken en een kans te geven. Daarna gaan die planten weer voor een tijdje de volle grond in.
De laatste twintig jaar ging de vraag naar zwarte den, als bonsai én als niwaki er op achteruit. Daarnaast vonden verschillende eigenaars geen opvolgers meer. Exportproblemen omwille van fytosanitaire maatregelen, Europa én de US maakten het probleem alleen maar groter.
Gevolg, op verschillende bedrijven kwam er geen opvolging. De velden liggen te verkommeren, veel bomen krijgen geen snoei en sterven zelfs af. Vergeleken met 15 jaar geleden oogt het dorp troosteloos.
Nieuwe initiatieven
Een aantal bedrijven neemt initiatieven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Vaak in schril contrast met tuinen die volop verkommeren.
Een vijftal tuinen is zich aan het diversifiëren. Naast zwarte den zien we bomen in veel andere soorten opduiken. Verder ook veel meer aandacht voor shohin en kifu. Kleinere bomen verkopen blijkbaar gemakkelijker.
Eén tuin mikt op een internationaal publiek. Dat begint met een mooi aangelegde ‘voortuin’ met perfect opgestelde bomen, de showroom zeg maar. Zij hebben ook voorzieningen om bomen voor export in quarantaine te houden. Ze krijgen dan ook met de regelmaat van de klok inkopers uit Europa over de vloer. Een, beperkte, basiskennis van het Engels maakt het plaatje compleet. Een babbel leert dat deze tuin ook de voortverkoper is van kwekers uit de directe omgeving.
De internationale contacten vertalen zich ook in reizen naar Europa. Daar verzorgen ze demo’s, geven workshops en onderhouden exportbomen. Matsuda van Matsuda seihoen was enkele jaren geleden nog te gast op de Trophy.
Samenwerking en schaalvergroting
Samenwerking is er binnen de dorpen altijd geweest. Specialisaties ook. Kitadani Yoseien specialiseert zich van opkweek uit zaad tot – dertig jaar later – het top startmateriaal. Verder verfijnen is voor andere meesters. Verder zien we dat zonen vaak een eigen tuin begonnen en dat leidt tot versnippering. Nu versmelten die tot één bedrijf.
De promotie wordt nu ook professioneel aangepakt. Met folders, een site en deelname aan grote tentoonstellingen.
Tot voor een paar jaar had Kinashi een eigen coöperatieve met een gebouw waar bijna wekelijks kwekers en kopers samen kwamen om hun materiaal te verhandelen. Met af en toe een tentoonstelling ook. Dit bleek niet langer leefbaar en als gevolg daarvan werd het splinternieuwe ‘Takamatsu-Bonsai-no-Sado’ opgericht in het naburige bonsaidorp Kokubunji. Over dat dorp leest u meer in deel drie.
Hoe kom je er?
Zoals gezegd ga je best met de trein naar Takamatsu. Die eerder kleine stad is trouwens een goede uitvalsbasis om Ritsurin te bezoeken. Wellicht de mooiste landschapstuin in Japan. Naast het Kenrokuen in Kanazawa.
Neem daar een stoptrein, 8 minuten, naar Kinashi. Kokubunji ligt één halte verder. Begin met een bezoek aan Kitadani Yoseien en vraag een plattegrond van het dorp. Tegenover het station kan je lunchen, de enige voorziening trouwens.
Hierboven een reeks beelden genomen in 2012.
Hieronder een panorama zoals het vandaag niet meer te zien is. Vele velden zijn leeg of totaal verwaarloosd.
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be













































Geef een reactie