Bonsaidorpen in Japan 3 Kokubunji

tekst en illustraties: Marc De Beule

Kokubunji kan je gerust het tweelingdorp van Kinashi noemen. Ze liggen op een 5 kilometer uit elkaar en ontwikkelen nagenoeg dezelfde activiteiten. Alleen stond dit dorp zeer lang in de schaduw van Kinashi. Daar is nu omwille van verschillende redenen snel verandering in aan het komen.

In Kokubunji ligt de nadruk meer op bonsai. Niwaki is er wel aanwezig, maar dan meer aan de rand van het dorp, tegen de bergen aan. Verder is het de thuisbasis van Koji Hiromatsu, een bonsaimeester die ondertussen heel erg gekend is in Europa. En tenslotte, het ‘Takamatsu Bonsai-no-Sato’ is er gelegen. Een centrum waar kwekers uit de ruime omgeving hun materialen permanent kopen en verkopen. Een coöperatieve die vroeger in Kinashi gelegen was.

Een deel van de tuin van Koji san

Koji Hiramatsu in Hiramatsuen

 

Koji is een bonsaimeester die ondertussen goed gekend is in Europa. Hij was te gast op de Trophy en op heel veel evenementen, vooral in Frankrijk en Italië. Hij geeft er ook workshops en werkt soms aan klantenbomen bij bonsai professionals. Hij is vriendelijk en spreekt vlot Engels. Dat helpt natuurlijk.

Op zijn kwekerij heeft hij permanent leerlingen, zowel Japanse als Europese. Stages zijn mogelijk vanaf één week tot drie maanden. Maar wie een langere opleiding wil kan daarover afspraken maken.

Een paar jaar geleden kocht hij een perceel naast zijn tuin. Daar bouwde hij een splinternieuwe studio en verblijven voor gasten. Ondertussen is ook de aanleg van een showtuin bezig. Die heeft nog wat tijd nodig om tot volle ‘glorie’ te komen. De bonsai die er staan zijn in elk geval meer dan de moeite.

Het oorspronkelijke bedrijf en woonhuis is er ook nog. Daar vinden we de bomen in opkweek en in verfijning.

 

De VBV op bezoek in het najaar van 2023
Ook hier zijn de beplantingen op rots populair
De pas aangelegde showtuin oogt nog wat kaal. Koji wil de 'heuvels' kaal laten om zo een zen effect te creëren.
Werkplaats voor verpotten en ander 'vuil' werk. Ook een bescherming voor kwetsbare soorten eens het echt gaat vriezen.
Het nieuwe atelier heeft de sfeer van een living. Hier zitten twee à drie mensen te bedraden en handmatig jin aan te maken.
Teelt in volle grond. Uiteraard allemaal zwarte den.

Haruchan Bonsai

Verrassing! We komen bij toeval langs een tuin waar je zo over kan kijken. En de bonsai dan? Of doet men hier alleen aan het opkweken van zaailingen en stekken?

Wat blijkt? Dit is een kweker met specialiteit ‘Mame’ en in mindere mate van Shohin. Vooral boompjes tot 12 cm hoog dus. En daar kijk je van uit de verte zo over.

Tweede verrassing. Die boompjes zijn niet zomaar klein. Ze zijn stuk voor stuk topmateriaal. Wat denk je van een Acer palmatum van 8 cm hoog, een stambasis van 3.5 cm en een perfecte tapsheid? De eerste keer dat ik dit zie in Japan, zeker op deze schaal.

Derde verrassing, de verscheidenheid in soorten. In die regio verwacht je vooral dennen. Die zijn er ook, vooral in de shohin klasse. Maar er staan, naar de eigenaar zegt, een 300-tal soorten en cultivars aanwezig. Zo telde ik een kleine 20 types sierappeltjes.

En ja, Mooi, gemakkelijk te transporteren. Soms pittige prijzen, dat wel. Kopen dus. We moeten de groep aanmanen om de tuin te verlaten want er staat nog meer op het programma.

De eigenaar is zichtbaar fier over onze oprechte verwondering. En zoals vaak in Japan, we krijgen drank en rijstcrackers aangeboden.

Acer palmatum
Glunderen!
Zelkova serrata
Sakura. Eén van de vele soorten en cultivars
Chojubai, een type Chaneomeles

Takamatsu Bonsai-no-Sato

Kort bij het station van Kokubunji werd onlangs een heel niet coöperatief bonsai centrum opgericht.

Bedoeling is dat producenten hun aanbod aan planten, bonsai en aanverwante, daar te koop aanbieden. Het personeel zorgt voor verzorging, verkoop en de afhandeling nadien. De producenten zijn dus niet aanwezig.

Het geheel bestaat uit een zeer ruim terrein mét ruime parking, een dienstgebouw voor administratie en winkel. Verder grote tunnels waar bomen beschut staan.

In de open lucht staan nog veel maar banken propvol planten en bonsai. In alle maten, alle soorten, alle stijlen en alle stadia. Ze zijn voorzien van de prijs, de naam en de producent. In het Japans. Iets lastiger voor ons dus.

Geregeld komen verdelers en andere producenten daar inkopen doen, maar ook het grote publiek kan er gaan ‘shoppen’. Niet de sfeer van een bonsaituin niet de aanwezigheid van de bonsaimeester. Wel een immens aanbod.

Alles bekijken is eigenlijk niet haalbaar tenzij je er ruim een halve dag voor over hebt.

De foto’s werden genomen in november, vlak voor zonsondergang. En dat is er jammer genoeg aan te merken. Te veel schaduwen ook.

Putdeksel in Kinashi en Kokubunji. Dit is een ingekleurde versie.
De hallen
Aanbod in open lucht

Hoe kom je er?

Kies Takamatsu als uitvalsbasis. In die stad kan je dan meteen de beroemde Ritsurin tuin bezoeken.

Neem de stoptrein vanuit Takamatsu station. Na ruim tien minuten ben je in Kokubunji. Je kan best combineren met een bezoek aan Kinashi (eerste halte). Trek voor een bezoek aan deze twee dorpen een volle dag uit. Wie echt alles wil bezoeken heeft zelfs een tweede dag nodig. Aan de overkant van de spoorlijn liggen nog aantal tuinen. Wie echt alles wil zien zal een taxi nodig hebben (of een huurfiets, cfr Takamatsu). Voor adressen: zie het kaartje.

Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be