Tanuki Een beetje vals spelen
tekst en techniek: Eric Delespesse. Illustraties: Marc De Beule en Jean-Pierre Van Damme
Tanuki betekent in het Japans ‘wasbeer’ maar verwijst ook naar een bonsai techniek waarbij men een mooi stuk hout laat vergroeien met een jong boompje. Op die manier verkrijgt men op een relatief snelle manier een bonsai met een sterk gevoel van ouderdom.
Een stap voor stap verhaal over een lork.
Wat vooraf ging
Enkele jaren geleden vond ik dit stuk dood hout. Te mooi om weg te gooien of om op de BBQ te gooien.
Misschien goed voor een Tanuki?
Tussen het jong materiaal in de tuin werden al snel twee geschikte lorken gevonden. De stammetjes waren niet al te dik en vooral, ze waren nog soepel.
Het dode hout en de jonge boompjes vormden een match.
Stap één.
Het dode hout kreeg een reiniging en de fijnere takjes werden verwijderd of ingekort.
Erg belangrijk is het tracé dat de jonge boompjes moeten volgen. Dat tracé is in feite de toekomstige levenslijn voor deze ‘potensai’. Ik tekende een traject uit met krijt. Dat gaf niet de voldoening die ik verwachtte en uiteindelijk besloot ik om de twee bomen te gebruiken, twee levenslijnen dus.
Met de freesmachine werden de ‘groeven’ gemaakt. Veel bonsaika maken die niet diep genoeg. Naar mijn ervaring moet de diepte minimaal 2/3 van de diameter van het aan te brengen stammetje zijn. Dan is de kans groot dat ze zich bij verdikking in de loop der jaren goed gaan vast zetten.
De breedte van de groef hangt ook een beetje af van de soort. Bij snelgroeiende soorten mag er nog wat speling op zitten, dat groeit toch dicht.
Bij andere soorten of in het geval je dikkere stammen gebruikt probeert men zo nauw mogelijk te werken. Het is dan vaak nodig om het stammetje in de gleuf te persen.
Bovenaan een schets van het stuk dood hout. In het midden het traject van de stam en dus ook van de gefreesde groef.
Onderaan een doorsnede van de basis mét locatie van de twee stammetjes.
Fixeren
De aangebrachte stammetjes moeten vastgezet worden. Doet men dit niet, dan gaan ze zich zeker wegduwen van het dode hout. Van een natuurlijke vergroeiing zal dan zeker geen sprake zijn.
Vastzetten kan op verschillende manieren.
Soms zet men vast met een stuk draad. Het risico is dan groot dat die draad gaat ingroeien met lelijke wonden als gevolg.
Meer en meer gebruikt men colson bandjes, plastiek strips dus die rond het dood hout en de stammetjes aangespannen worden. Let op, als men te sterk aanspant gaan ook die ingroeien. Het is een goed idee om tussen de bast en de strip een stukje isolatiemateriaal te stekken (type dat men in de bouw gebruikt voor de muren).
Een andere optie is om vast te zetten met een strookje dik plastiek dat men vastniet (schets).
Tenslotte zijn er ook liefhebbers die de stam op verschillende plaatsen vastspijkeren. Niet met ijzeren spijkers, die roesten, maar met bv. messing spijkers.
Vastzetten met raffia is geen goed idee. Dat helpt wel voor één seizoen, maar daarna begint de raffia los te komen en verdwijnt de druk.
Het duurt drie tot vijf jaar vooraleer de stammetjes voldoende vastzitten en er gaan uitzien als een levenslijn eigen aan de boom.

Na zes jaar
Om de diktegroei te versnellen werd er gewerkt met offertakken. In dit geval werden die bijna 140 cm hoog.
Tussendoor werden er her en der zijtakken gesnoeid of ingekort zonder al echt naar de eigenlijke vormgeving te kijken.
Vermits de vergroeiing volstaat kan de vormgeving nu beginnen.
Eerste vormgeving
De offertakken hebben hun werk gedaan. Die worden sterk ingekort. Bij deze creatie werd gekozen om de jin bovenaan links te laten domineren.
Die moet dus ingekort worden. De overblijvende fijne takjes bovenaan zullen in de toekomst de top gaan vormen.
De tweede stam wordt erg kort gezet. Die zal de karaktertak leveren. Dus snoei ik weg tot vlak boven een goede zijtak die precies op de gewenste hoogte zit.
Klaar om te bedraden
De keuzes zijn gemaakt, takken werden ingekort of volledig weggenomen.
De eerste bedrading kan beginnen en natuurlijk moet ook het dode hout aangepakt worden. Frezen en daarna behandelen.
En uiteraard krijgt deze boom een nieuw onderkomen in een beter geschikte pot.
Het hele proces duurde zes groeiseizoenen.
Ook Tanuki is dus geen instant oplossing.
De Juniperus van Jean-Pierre
Jean-Pierre paste de techniek acht jaren geleden ook toe. Materiaal: een boompje van 15 euro en een stuk hout uit een aquarium. Met succes, want het is niet meer te zien dat het hier om een kunstgreep gaat.
Volgens hem zijn de juiste keuze van het traject, de nieuwe levenslijn dus, en het stevig vastzetten aan het dode hout, het belangrijkste om deze techniek geloofwaardig te houden.
Oordeel zelf.
Nog wat tips
- Welke soorten dood hout? Eigenlijk kan zowat elke soort dood hout? Maar … als men wil dat de jin en shari in de nieuwe creatie lang overleven, dan kiest men toch best voor harde houtsoorten.
- Moeten de levende boom en het stuk dode hout van dezelfde soort zijn? Niet noodzakelijk, maar kiest toch maar voor een combinatie die nog natuurlijk overkomt. Een combinatie van dood hout van Taxus met bv. lorkjes zal vreemd overkomen.
- De levende boompjes splijten. Deze ingreep hangt zeer sterk af van de soort. Sommige soorten hebben een snelle diktegroei die rondom nagenoeg gelijk is. Die soorten ‘duwen’ zich dan ook gemakkelijker los van van het stuk dode hout. Het kan dan een oplossing zijn om aan de kant waar het jonge boompje gaat aansluiten bij het dode hout de bast weg te halen. Daar is dan uiteraard geen diktegroei. Anderen splijten zelfs de stam in de lengterichting. Men heeft dan al onmiddellijk twee levenslijnen om aan te brengen.
- Hou het natuurlijk. Bestudeer het traject van de aan te brengen jonge boom zeer nauwkeurig. Die lijn moet aansluiten met de ‘flow’ van het dode hout. Volg de lengterichting van de houtvezels. Een veelgemaakte fout is dat men het levende stammetje bijna spiraalvormig gaat aanbrengen. Iets dat vrijwel alleen voorkomt bij Juniperus.
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be
























Geef een reactie