De Basis

Dit is een sterk vereenvoudigd overzicht van de regels voor naamgeving.

Naamgeving van de soorten steunt altijd op geslachten en soorten. Dat is altijd het minimum gegeven. Daarnaast kan ook de naam van de variëteit of de cultivar opgenomen worden.

Een voorbeeld:

Pinus sylvestris ‘Beuvronensis’

Pinus                                   naam van het geslacht

sylvestris                           naam van de soort

‘Beuvronensis’                 naam van de cultivar

Schrijfwijze naam

Geslacht: begint altijd met een hoofdletter, altijd in het Latijn

Soort: begint altijd met een kleine letter, altijd in het Latijn

Variëteiten en cultivars

Variëteiten zijn vormen van de soort die in de natuur spontaan voorkomen. Cultivars zijn het gevolg van selectie door kwekers, bijvoorbeeld door planten met een afwijkend kenmerk te selecteren in een zaaibed om die daarna via stekken of enten te vermeerderen.

In de naamgeving worden ze toegevoegd aan de soort. Dit geeft

Geslacht  soort  (var.) variëteit

Geslacht soort (cv.) cultivar

Tegenwoordig laat men de vermelding  var.  en cv. meestal weg. Het verschil tussen variëteit en cultivar is trouwens niet altijd duidelijk.

Schrijfwijze cultivars en variëteiten

Een var. of cv. staat altijd tussen aanhalingstekens en begint altijd met een hoofdletter. De naam hoeft niet altijd in het Latijn te zijn. Voor nieuwe var. of CV. is dat trouwens verboden.

Een volledig overzicht

Een voorbeeld van de indeling van het plantenrijk met als voorbeelden Pinus sylvestris ‘Beuvronensis’ en Acer palmatum ‘Deshojo’. Voor de naamgeving zijn alleen de drie laatste lijnen van belang.

Goed om weten

  1. Je kent wel het geslacht, maar niet de soort

Vervang de soortnaam door sp.

Voorbeeld: Pinus sp.    (betekenis: een soort uit het geslacht den)

  1. Kruising tussen twee soorten, een hybride dus.

Geef dat aan met het teken x

Voorbeeld: Pyrus x canescens   (betekenis: dit is een kruising, canecens is de nieuwe soortnaam en verwijst niet naar de oorsprong van de kruising).

  1. Afkorting

Soms moet men een soortnaam vaak herhalen in een tekst. Men kort dan gemakkelijkheidshalve af met de eerste letter.

Voorbeeld: Juniperus chinensis wordt   J. chinensis.  Juniperus chinensis ‘Itoigawa’, wordt J. c. ‘Itoigawa’

  1. In de handel
  • Makkelijkheidshalve laat men de soortnaam weg bij cultivars.

Voorbeeld: Malus ‘Golden Hornet’  i.p.v. Malus halliana ‘Golden Hornet’.

  • Tegenwoordig gebruikt men ook fantasienamen omwille van de marketing. Dit zijn niet geregistreerde namen. Vaak gaat het zelfs om bestaande cultivars die onder een andere naam uitkomen.
  1. En tenslotte
  • De soorten deelt men soms verder op in ondersoorten. In dat geval voeg men ‘ssp.’ in voor de soortnaam.
  • Grote geslachten, bv. Rhododendron, deelt men op in ondergeslachten en groepen. Dit is niet te zien in de naamgeving.
  • De naamgeving is onderworpen aan internationale regels. Die worden regelmatig bijgewerkt tijdens congressen.
  • Om helemaal correct te zijn: een officiële plantennaam eindigt altijd met de afkorting van de naam van de botanicus die de plant voor het eerst beschreven heeft in een internationaal erkende publicatie. Linnaeus is de meest gekende.

De volledig juiste naam van een grove den is dus: Pinus sylvestris L.

Naamgeving   Officiële sites

Dit is een bijzonder volledig register. Het geeft ook synoniemen en oude namen, het verspreidingsgebied en verwijst naar publicaties (als die er zijn). Dit is de enige standaard!