Klompstijl of Kabudachi
Je ziet het vaak in de natuur. Op één of andere reden breekt een stam af en nemen jonge scheuten het over. Ze groeien uit tot een meerstammige boom die als een geheel ontwikkelen. Een harmonisch gevormde kruin inbegrepen.
Of nog, een aantal zaailingen staan tegen elkaar en ze groeien uit tot meerstammige struik, alsof ze uit één wortelkluit ontstaan zijn.
Deze verhalen nemen we mee om bonsai te vormen in de Kabudachi stijl.

Variaties
Binnen de stijl is zowat alles mogelijk. Meerstammige bonsai die uit één wortelkluit ontspruiten kunnen gevormd worden in zowat elke denkbare stijl. Een Kabudachi als literati? Het kan. Als half cascade? Geen probleem. De hoofdstijl is dan de klompstijl, de substijl kan om het even wat zijn. Inbegrepen dode stammen en saba miki.
Heel vaak worden Kabudachi gemaakt uit planten waarmee je voor de klassieke stijlen niet veel kan doen.
Om je uit te leven ‘out of the box’
Uitgaande van een stomp
Veel kabudachi worden gemaakt met het ‘restproduct’ van een marcot. Je kent het verhaal, je wil een kortere stam, of er is een andere reden, en je zet een marcot. Na het ‘oogsten’ blijft er dan een stomp over. Vaak komt die op de composthoop terecht.
Bij veel soorten gaat die stomp uitlopers vormen en die kunnen dan uitgroeien tot stammetjes.
Bij de Acer hiernaast gebeurde dit ook. De stomp vormde een overvloed aan uitlopers. Daarvan werden er zeven geselecteerd. Vijf stammetjes kon ook net als zeven. Dat is een persoonlijke keuze. Ga in elk geval uit van minimaal vijf uitlopers en hou het verder op onpare aantallen.
In het voorbeeld werden de uitlopers na twee jaar in draad gezet.
De verdere opbouw tot bonsai verloopt net als bij elke andere meerstammige creatie. Zorg er in elk geval voor dat de kruin een eenheid vormt. Meerdere kruinen komen bij kabudachi niet geloofwaardig over.
Op een kluitje
Ander verhaal, nagenoeg hetzelfde resultaat.
Een vogel laat ‘iets’ vallen en daarin zitten een vijftal zaden van de lijsterbes. Die ontkiemen en vormen een ‘kluitje’ boompjes. In het voorbeeld vijf bij elkaar. Die mogen zo uitgroeien en na drie jaar kan het bonsaiwerk beginnen. Inkorten en zijtakken uitlokken. En een jaar later kan men dan in draad zetten zo nodig. De wortels zijn verstrengeld, maar later vergroeien ze. Deze vorm van kabudachi zal zijn oorsprong blijven verraden door zijn wortelbasis.

Het principe in schema
De boom voor de marcot (of het omzagen). De resterende stomp. En rechts de uitlopers die zich vormen. Eens die lang genoeg zijn kan het bonsaiwerk beginnen. Voor de vorm die ontstaat uit zaailingen die op een kluitje bij elkaar liggen doet de natuur het werk voor ons.
Welke soorten?
Voor de techniek na het afzagen (marcot)
Niet alle soorten komen in aanmerking. Dennen bijvoorbeeld zullen niet uitlopen op de stomp, zo zijn er nog wel enkele andere soorten. In de regel lopen alle loofbomen uit. Bij coniferen zijn het eerder uitzonderingen die nog uitlopen, maar Taxus bijvoorbeeld, doet dat wel.
Soms leveren de moeilijke soorten toch nog een goed resultaat op. Dat lukt dan enkel als die boom zeer laag zittende zijtakjes heeft die blijven staan na het afzagen. Maar dat zijn eerder uitzonderingen.
Bij de foto’s
Boven: Kardinaalsmuts. Bij deze plant werd de stomp reeds gedeeltelijk ingefreesd. Later nog te verfijnen, maar in volle grond mag de natuur het werk doen. Nog geen selectie van uitlopers.
Midden: Celtis. Grote snoeiwond. Celtis heeft hard hout, dus wachten tot het begint te rotten is geen optie. Frezen dus. Er zijn zeven uitlopers, daar moeten er nog twee van weg.
Onder: Prunus ceracifera ‘Pisardi’. Stukje van een zeer zware stomp van een tuinboom die afbrak tijdens een storm. Zes stammetjes, dus eentje te veel. Ook hier zal freeswerk nog veel kunnen verbeteren. En vooral, hoger oppotten, anders is de stomp niet te zien.
zzz
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be















Geef een reactie