De bonsaiwinter van Rudy
Rudy Siedlecki
Rudy is de oprichter en eerste voorzitter van de afdeling in Kalmthout. Hij is ook vrijwilliger bij arboretum Kalmthout.
Een jaar lang hield hij zijn bezigheden in verband met bonsai bij. In de brede zin van het woord, ook het werk voor de club en de bonsai collectie van het arboretum dus.
Dit is geen van maand tot maand gids, wel een beschrijving van het bonsai leven zoals het is. Dat van Rudy uiteraard.
December
Zondag 1 december
De kop van de staart is er af. Ik bedoel: de eerste dag van de laatste maand.
En ja hoor, de goden waren ons alweer gunstig gezind met een frisse maar zonnige dag om het tweede clubjaar af te sluiten.
Slechts 17 man aanwezigen waarvan iets meer vrouwen dan mannen.
Eigenlijk zou dat niet mogen verbazen, maar als ik naar andere clubs kijk…
Door het beperkte aantal deelnemers kon ik beter kennismaken met sommige die ik nog niet goed kende.
Een figuur, die leek weggelopen uit de secessie oorlog, had al 30 jaar bonsai-ervaring, noemde drie Japanse bonsaimeesters waarbij hij in de leer was geweest en had 10 jaar voor Danny Use gewerkt. Dat hij na een discussie met Ingrid was buiten gesmeten Verschillende leden hebben de moeite genomen een mail te sturen om uit te leggen waarom ze gisteren niet konden komen. De schatten.
Er was ook vraag om terug een bus in te leggen naar Lodder. Meteen maar enkele prijsoffertes aangevraagd.
Woensdag 4 december
De bonsaitafels in het Arboretum zijn uit onbehandelde stellingplanken opgetrokken.
Sommige planken zijn gedeeltelijk weggerot en dringend aan vervanging toe.
Dat gingen we even vlug herstellen tot onze directeur kwam kijken… Alle tafels moesten waterpas gezet worden en op één rechte lijn.
Dat was andere koek. Eerst alle bonsai en kusamono weggezet, de tafels verzet, alle bladeren en onkruid eronder verwijderd.
En – de baas heeft altijd gelijk – bleken de tafels scheef te staan doordat de pootjes achteraan ook waren weggerot. Die moesten dus ook vervangen worden.
Zo nam een karweitje van enkele uurtjes al vlug gans de dag in beslag. Vermoeid maar gelukkig.
Het eerste autocarbedrijf heeft al laten weten dat ze voor 8 maart geen enkele bus beschikbaar hebben; dat beloofd.
Vrijdag 6 december
De oude Pinus parviflora in de Bonsaituin heeft dit jaar geen millimeter groei vertoond. Zijn naalden zijn eerder geel dan blauwgroen.
Die zullen we ook maar in de volle grond zetten om te bekomen.
Na hem met moeite uit zijn drumpot getild te hebben, blijkt de bodem dichtgeslibd met Akadamaslijk en mycelium.
Veel te nat natuurlijk, hoe zou het ook anders kunnen met dit nat jaar.
Op de bodem van het putgat heb ik eerst een laag lavagruis aangebracht om de drainage alle kans te geven en de boom iets hoger geplant.
In Japan zetten ze soms de bonsai uit hun pot, op de omgekeerde schaal, om te drogen.
Zondag 8 december
Van sommige bladverliezers zijn de knoppen wel erg vroeg aan het zwellen; de winter moet nog beginnen.
De laatste naalden van de Lariks nog maar pas gevallen en de nieuwe knoppen zijn al drie millimeter dik.
Laatst had er iemand in de club een Azalea bij met bloemknoppen van een centimeter groot. De roze kleur was bij enkele al zichtbaar.
Volgens haar had hij nochtans gans het jaar buiten gestaan.
Dinsdag 10 december
Wie zijn ze? Wat doen ze en waarom? De Suiseki verzamelaars.
Oké, in een rivier op zoek gaan naar geschikte stenen, deze opkuisen en een dai maken dat begrijp ik. Maar dan? Mooi, dat wel.
Maar je kan en mag er niets aan doen. Er naar kijken en afblijven. Even boeiend als postzegels verzamelen.
Vrijdag 13 december
Een ongeluksdag volgens sommigen. Een koude bewolkte dag alleszins.
De Prunus mume “Beni Chidori”, die ik op de vorige “Trophy” kocht toont al dikke bloemknoppen. Voor deze geurige winterbloeiers de normaalste zaak.
In de Bonsaituin heb ik de Picea abies versiert met kerstballetjes (zie foto #1).
Dit weekend begint in het Arboretum de speurtocht voor kinderen, iets met een éénhoorn en allerlei opdrachten.
In het Vangeertenhof is tezelfdertijd een tentoonstelling met wandelende takken en bladeren. Dat worden weer publiekstrekkers tijdens de Kerstvakantie.
Vrijdag 20 december
‘k Maakte me al zorgen dat er ‘s winters niets te melden zou zijn op het bonsaifront; ga ik eens kijken naar mijn kweekbed in het Arboretum en zie met ongeloof dat de Pinus parviflora, die ik vandaag veertien dagen geleden in de volle grond heb gezet, terug mooi donker blauwgroene naalden heeft.
Rob, de verantwoordelijke van het plantencenter, ziet me staan kijken en zegt: “Die ziet er gezond uit hé”. Als ik hem vertel dat hij er veertien dagen geleden nog zo slecht uitzag zie ik het ongeloof in z’n ogen.
Misschien zitten de mineralen uit de lavagruis er voor iets tussen.
Vorig jaar heb ik ongeveer hetzelfde voorgehad met een Juniperus die na een winter in volle grond er helemaal bovenop gekomen is.
Jaren in die kleine potjes staan, ook al verpot je ze geregeld, is blijkbaar toch niet zo gezond. Zeker niet als je ze gans het jaar onbeschut in weer en wind moet laten staan.
Maandag 23 december
Twee jaar geleden heb ik een bananenboompje als kusamono in een klein potje gezet (zie foto #2).
Oké een bananen- en palmboom zijn geen bomen maar in het Nederlands noemen we ze zo.
Drie dagen geleden hingen zijn bladeren plots slap. Tot hiertoe heeft hij steeds goed gegroeid met stevige bladeren en geregeld guttatie. Hij staat altijd in de badkamer voor het raam.
Een noodverpotting brengt ook geen opheldering. Hij heeft weinig en dunne worteltjes maar toch nog gezond, zo te zien.
Nu maar eens in bladgrond gezet; tot hiertoe stond hij in een meer doorlaatbaar mengsel.
Zaterdag 28 december
Vandaag gelezen op Facebook:
“Ik gooi de uienschillen nooit weg. Ik voeg water toe en breng het aan de kook.
Mijn planten hebben er nog nooit zo goed uitgezien. Eenvoudige methode om mest van uienschillen te maken…
1. Doe ongeveer 50 g rode uienschillen (of gewone, lente- of rode uien) in een pot.
2. Voeg 2 liter water toe.
3. Breng aan de kook en laat 7-8 minuten koken.
4. Giet het mengsel in een container, sluit hem goed af en laat hem een nacht op een koele, donkere plek staan.
5. Wachten op het gieten.
6. Gebruik de met water verdunde meststof één keer per week om potplanten of tuinplanten water te geven.
Eigenschappen van meststof met uivellen: Uienschillen zijn rijk aan fosfor, koper, ijzer, magnesium, vitamine B, C en E, caroteen, nicotine en fytonciden.
Deze zelfgemaakte meststof versnelt de groei van planten, maakt ze sterk en minder kwetsbaar voor bacteriële en schimmelziekten.
Het intense aroma weert ongedierte zoals bladluizen en mijten en is daarom ideaal voor bloemen, groenten (zoals tomaten en komkommers) en fruitbomen.
Conclusie: Het recyclen van uienvellen als meststof is een milieuvriendelijk gebaar dat de gezondheid en vitaliteit van de tuin verbetert.”
Ik gebruik ze al jaren, maar laat de schillen 24 uur in koud water trekken.
Januari
Donderdag 2 januari
Eindelijk komt de zon er nog eens door hier in de grensstreek.
Mijn Malus, waarvan de vogels pas de laatste appeltjes hebben opgepeuzeld, krijgt hier en daar groene blaadjes van één à anderhalve centimeter. Als hier maar geen vorstschade van komt.
Zondag 5 januari
Vorig jaar, nu ja enkele maanden geleden dus, stelde ik overmoedig vast dat het nooit regende op onze clubnamiddagen. Dat was de goden verzoeken natuurlijk.
Over een trendbreuk gesproken…
De dag begon met een dun sneeuwlaagje dat al vlug werd weg geregend. Regen die de ganse dag bleef aanhouden op onze eerste clubdag. Als dat maar geen gewoonte wordt voor volgende bijeenkomsten.
Niet tegenstaande verschillenden zich hadden afgemeld wegens ziekte, andere recepties en nieuwjaarsbrieven moeten ondergaan, waren we toch met 23 leden en drie geïnteresseerden die kwamen kijken.
De tombola was een groot succes, vooral door de mooie prijzen door onze leden geschonken. Als we al die bomen, startplanten, potjes, enz. hadden moeten gaan kopen, dan waren we zeker meer dan duizend Euro kwijt.
Nu was de opbrengst €240 (Zie foto # 1 met blauwbloes, # 2 en # 3).
Zaterdag 11 januari
Drie jaar geleden mocht ik een wilg uitdoen die vlak naast de gracht groeide in “de tuin van Sonja” (nieuwe aanwinst van het Arboretum).
De vier meter hoge wilg had slechts één lange wortel die tot in de gracht groeide.
De stam, met een dikte van dertien centimeter doormeter, afgezaagd tot 40cm en uitgehold om er een knotwilg van te maken. De soepele wortel opgerold en op een plastieken schaal ingegraven.
Het eerste jaar kreeg hij scheuten van anderhalve meter hoog. De volgende lente potte ik hem op. De opgerolde en ingekorte wortel bleek vele vertakkingen hebben gemaakt.
Na het snoeien tot waar ik de knot wil vormen, schoot hij het tweede jaar slechts één meter op (zie foto #4).
Vandaag heb deze scheuten voor het eerst “geknot” (zie foto #5). Waarschijnlijk maak ik er twee knotjes van en plant ik hem later schuin in zijn bonsaipot.
Zondag 12 januari
Naar het schijnt is Arbor niet enkel de grootste boomkwekerij van België, maar bestaat er ook zoiets als Aborgender; mensen die zich als boom identificeren.
Nomen est omen? Ik dacht het niet. Stel je voor: Arbor de Kalmthoutse club voor Arborgenders.
Dinsdag 14 januari
– 10°C had Sabine voorspeld voor vorige nacht in de Kempen. Gelukkig niet, want alles stond nog buiten, thuis en in het Arboretum.
Op mijn buitenthermometer was het slechts – 4°C om 8 uur vanmorgen en die geeft ongeveer de temperatuur onder thermometershut weer.
Eindelijk kunnen de planten tot rust komen. Zelfs m’n Malus, die al bladgroen vertoont, heeft blijkbaar geen last gehad van de vorst.
Mijn bananenboompje, dat uiteraard wel binnen stond, heeft de noodverpotting helaas niet overleefd.
Vrijdag 17 januari
Tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van het Arboretum wist onze directeur te melden dat de oude versleten serre dit jaar zal afgebroken worden en dat de provincie een budget heeft vrijgemaakt om na de vorstperiode een nieuwe te plaatsen.
Vandaag kreeg ik een mail van hem om te melden dat mijn kweekbed voor aanvang van de werken weg moet. Daar vreesde ik al voor. De nieuwe serre zou een stuk groter worden met een oranjerie.
Ik moest de tuinchef maar vragen om te helpen met het oppotten.
Mijn kweekbed is ongeveer 10 x 2 meter. Er staan een vijftigtal planten in, van stekjes tot middelgrote pre-bonsai. Hopelijk vinden we nog ergens een plaatsje om een nieuw kweekbed in te richten.
Dinsdag 21 januari
Samen met Jan begonnen met het oppotten. Volgens de verantwoordelijke van de serre is het niet zeker dat er nog plaats zal zijn voor een nieuw kweekbed.
Dan maar een mailtje naar Bram gestuurd om de noodzaak van een perceel duidelijk te maken.
Donderdag 23 januari
Volgens onze directeur is het nog te vroeg om een geschikte kweekplaats aan te duiden, maar een stuk van 20 m² moet zeker lukken. Oef! Die zorg is voorlopig van de baan.
Sommige uitgegraven bomen hebben een ondoordringbare wortelkluit en zetten we voorlopig in containers met een zanderig grondmengsel. Zodra de vorstperiode voorbij is, en de waterslangen terug aangesloten kunnen worden, gaan we deze terug verpotten na de wortels met een sterke waterstraal te hebben uitgespoeld.
Zaterdag 25 januari
Tussen de regenvlagen door, op m’n dagelijkse inspectieronde, gemerkt dat de wit bloeiende Chaenomeles zijn eerste blaadjes begint te vertonen en de rode laat z’n bloemknoppen zwellen. Verschillen moeten er zijn.
De Ligustrum sinensis heeft voor het eerst zijn geelgroene blad behouden. Zelfs in de zomer verloor hij soms blad door de droogte.
Maandag 27 januari
De enige Taxodium in het Arboretum is een bonsai met struise stam. Ook hij heeft voor het eerst zijn groen loof behouden, door de overvloedige regen vermoed ik en natuurlijk de zachte temperaturen.
Rob heeft veertien kleine Juniperus communis aangekocht. Daar mogen we pre-bonsai van maken en dan te koop stellen.
Vrijdag 31 januari
De grond in het Arboretum is nog te veel verzadigd. Dan maar enkele Chaenomeles in bonsaipotjes gezet. Omdat ze terug nachtvorst voorspellen heb ik ze maar in het plastieken serretje geplaatst.
Februari
Zondag 2 februari
Toch weer een zonnige clubzondag, we zetten de traditie verder. En alsof de duivel ermee gemoeid is, is het vandaag met lichtmis ook weer een katholieke feestdag.
Wat ik me vroeger altijd afvroeg bij Ikeda is waarom de voorzitter nooit zelf een boom bij had. Nu weet ik waarom: ik zet wel telkens een boom klaar om aan te werken, maar daar komt nooit iets van terecht. Veel te druk, iedereen moet iets van me weten… het lot als je zelf ‘opperhoofd’ moet spelen.
Toch mag ik zeker niet klagen. Het is een leuke groep die goed samenhangt en mekaar helpt. Links en rechts zie ik zelfs vriendschappen ontstaan.
Volgende maal met de bus naar Lodder, ik kijk er al naar uit.
Dinsdag 4 februari
Met een satéstokje getest welke dit jaar aan verpotten toe zijn en deze gelabeld.
Met een zachte tandenborstel en een weinig slaolie het mos van de stammen en wortelvoeten verwijderd.
Morgen zou het warmer worden en kunnen we misschien de coniferen behandelen met winterolie.
Donderdag 6 februari
Niet dus, veel te koud. Volgens de producent moest het minstens 7°C zijn om die winterbehandeling te geven. Dat is niet evident in deze periode van het jaar. Blijkt nog maar eens hoe weerafhankelijk onze hobby is.
Dan maar de voorlaatste Chaenomeles verpot. Uit z’n container in een cascadepotje.
Zaterdag 8 februari
Tien graden. Vlug thuis en daarna in het Arboretum de meeste groenblijvers gespoten.
Het is vandaag de jaarlijkse Galanthus verkoopdag en dus extra druk in het Arbo. Zeldzame “sneeuwklokjes” gaan voor €500 voor één bolletje van de hand. Enkel kenner/verzamelaars zien het verschil met goedkope knolletjes.
In de Bonsaituin vijf clubleden ontmoet. Guus blijkt de filiaalhouder van Aldi Roosendaal te zijn.
Nu ik er over nadenk: In het begin hadden we verschillende arbeiders in de club; die hebben het allemaal opgegeven…
Dinsdag 11 februari
Veel te nat om tuinbonsai uit te graven. In Dendermonde lag vanochtend wel 10 cm sneeuw zag ik op Facebook. Geen bonsai, maar wel een merkwaardig bomenfenomeen: Een tienjarige Junglans in mijn tuin groeide de foute richting uit. Om te vermijden dat hij tegen m’n tuinhuis zou schuren heb ik hem op 1 meter afgezaagd. Dit was drie maanden geleden. Sindsdien is hij aan het bloeden. Eerst een heldere vloeistof, later een melkachtig sap. Dit sap is nu enkele millimeter dik en merkwaardig oranje-roze gekleurd (zie foto #2). Eerst dacht ik dat het vliegjes waren, maar bij nader inzien bleken er kleine muggen door dit sap, of is het een schimmel, te worden aangetrokken.
Woensdag 12 februari
Zoals verwacht was het nog te zompig om in de grond te werken. Dan maar de shari van onze oudste Juniperus met jinvloeistof behandeld. Wat me opviel waren enkele takjes loof die slap en zwart aan deze bonsai hingen. Eerst dacht ik dat het door de behandeling met winterolie kwam, maar de andere Juniperussen hadden dit niet. Als het maar geen agressieve schimmelaantasting is. Dat moet ik goed in het oog houden.
Zondag 16 februari
Het zonnige weer lokt weer veel bezoeker in het Arboretum. Een Engelstalige jonge man en zijn Vlaamse vriendin blijken veel belangstelling te hebben voor de tentoongestelde bonsai. Op mijn vraag of ze hier in de buurt wonen, ge weet maar nooit, antwoorden ze in Australië te wonen. Die had ik niet zien aankomen.
In een pot, waarin ik vorig jaar een Taxus geplant heb, groeien links en rechts kleine Cyclamen. Geen idee hoe die daarin terecht zijn gekomen, waarschijnlijk van zaad uit een kusamono.
Maandag 17 februari
In m’n tuin enkele startplanten gesnoeid die nog in de volle grond staan. Sommige hebben een rare kronkelvorm, interessant.
Dinsdag 18 februari
Jan en ik hebben ons in de zon gezet. Hij om de kleine Juniperus communis plantjes te vormen die later door het Arboretum verkocht zullen worden, ik om de levenslijn van onze oudste sharimiki op te poetsen. Zo “in the zone” dat we de fotograaf niet gemerkt hadden.
Donderdag 20 februari
Mijn Acer p. “Kiyohime” komt als eerste in blad en dat terwijl de bruine verslenste blaadjes van vorig jaar er nog aan hangen. Hoog tijd om te verpotten.
Zondag 23 februari
Vloeken in de kerk; iemand moet het doen…
Hier gaan we: Is The Trophy over zijn hoogtepunt?
Misschien. Als ik deze editie vergelijk met mijn foto’s van vorige jaren, dan is deze ‘jubileumeditie’ een stap terug.
De grootste van Europa? Waarschijnlijk wel, maar de beste? Dit jaar zeker niet.
Er waren enkele mooie rotsbeplantingen en topbomen, het zou er nog moeten aan mankeren. Zo ik zag een mooie wilde ruwe boom in een strakke moderne pot op een oudmodisch Chinees tafeltje. Alle drie prachtig, maar ze pasten totaal niet bij elkaar.
Van een tiental bomen, waarvan sommigen “Trophy winnaars” bleken, vond je een gelijkaardig exemplaar in de verkoopstanden. Het leek wel of de storende oorkondes kwistig in het rond waren gestrooid. Ik telde er een twintigtal. Wat heeft het voor zin een tentoonstelling minutieus op te bouwen en er dan allerlei bordjes, kaders, trofeebeeldjes en andere prullaria voor, achter en rond te plaatsen.
Aan de uiteinden van de tafels stond telkens een bonsai tot op de rand geplaatst. Als je er voor stond leek het of de opstelling tot voorbij de achtergrond stak. Tien centimeter meer naar het midden en klaar.
De oude Grieken wisten al dat je de buitenste tempelzuilen enkele centimeter dichter naar het midden moest plaatsen voor het optische effect.
Grote bomen staken boven de achterwand uit, echt geen zicht. Waarom staan die niet tegen de buitenmuren i.p.v. de potjes en shohins?
De strakke zwarte achtergrond is wel veel beter.
Details? zeker, maar oh zo belangrijk om het verschil te maken. Op dat punt was onze tentoonstelling in Sint Niklaas een aangename verrassing.
Dinsdag 25 februari
Op de geurige rode bloempjes mijn “Beni Chidori” zit een bij; straks krijg ik nog perziken. 😉
Tijdens het verpotten van m’n Acers stel ik nogmaals vast dat bij de ene de wortelkuit kurkdroog is en de andere mestnat. Ze staan naast elkaar in de regen.
De droge heeft wel geen substraat meer. Waar gaar dat toch naartoe? Met steenslag en al opgepeuzeld door zijn wortels.
Meestal zie je wel wanneer een bonsai aan verpotten toe is, maar voor alle zekerheid voel ik met een satéstokje: Gaat het er vlot in dan is het oké, voel ik een duidelijk weerstand in de wortelkluit dat gaat hij uit de pot voor controle.
Donderdag 27 februari
De aanvragen voor individuele hulp bij verpotten lopen binnen. Ik probeer ze te groeperen zodat ik niet iedere dag naar het Arboretum moet. Michiel heeft zijn hulp aangeboden.
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be













Geef een reactie