Dood hout in twee voorbeelden

Elders schreven we reeds over de verschillen van dood hout. Van een holte tot holle stam en levende sculptuur en alle mogelijke combinaties.

Het karakter van dood hout kan ook erg verschillen van boom tot boom. Dat is afhankelijk van de soort en de leeftijd van het dood hout.

Tenslotte bepaalt de gebruikte techniek mee het eindresultaat.

De twee beschreven voorbeelden behandelen de beschreven verscheidenheid niet volledig, maar geven een goede indruk van wat mogelijk is. We gebruikten voor dit artikel een Crateaegus monogyna en een Juniperus chinensis.

Crataegus monogyna

Een oude uitgegraven meidoorn met een bewogen geschiedenis. Wat onmiddellijk opvalt is de grote en brede shari over gans de lengte van de stam. Bovenaan is het duidelijk dat dit ooit een plant in een haag was. De snoeiwonden zitten allemaal op dezelfde hoogte. Verder nog enkele oude snoeiwonden aan de basis en halfweg de stam. Het zichtbare dode hout is aan het oppervlak rot, op sommige plaatsen gaat dit diep. Verder zijn sommige wonden nog te goed herkenbaar als snoeiwonden, omwille van de platte snijvlak bijvoorbeeld. Tenslotte vertoont de stam nauwelijks tapsheid. Misschien is de op te lossen door bovenaan hout weg te halen.

  • Het oppervlak van de shari is mooi, maar op vele plaatsen is de bovenste laag verpoederd. Dit moet weg.
  • Mooi uitgegroeide snijwond, maar ook hier is het oppervlak puur poeder i.p.v. hout.
  • Grote snoeiwond aan de basis. Dit lijkt nog te veel op een zaagsnede. Mits frezen kan dit er natuurlijker gaan uitzien.
  • De top. In het verleden werden hier een heleboel takken weggesnoeid. Een natuurlijk look is hier ver te zoeken.
  • Stap 1: Links en rechts van de shari wordt het hout weggehaald met een boorvormig freesje. Hetzelfde scenario voor alle plaatsen waar het hout zeer zacht geworden is. Meteen ontstaat er veel meer reliëf en komt de shari een beetje los van de stam.
  • Het hout in de snoeiwond op de stam is zo zacht dat er een holte ontstaat die uitkomt in de shari.
  • Het hout rond de stompjes wordt weggehaald. Dan wordt de kern van elke stomp vrij diep uitgefreesd. De snijwonden lijken nu veel meer op knoesten, ze zijn natuurlijker en hebben meer karakter.
  • Bovenaan moet veel hout weg. Daarom eerst de grove middelen gebruiken. Met een grote concaaf tang is het teveel aan hout snel weg.
  • Een geduldwerkje. Met een stalen freesborsteltje worden alle zachte delen weggehaald. De scherpe snijkante worden zacht. Hier en daar kan men nog een extra accent leggen door dieper te schuren.
  • De stam oogt nu slanker en geeft de indruk taps te zijn. De dode top lijkt nu ook niet meer op een snoeiwond.

 

  • Het schuurwerk is klaar. Let er wel voor op om niet te diep weg te schuren. De natuurlijke barstjes moeten blijven, ze geven meer ‘patine’ aan het dode hout.
  • Het hout van meidoorn rot relatief snel weg. Dat oogt helemaal niet mooi, maar de boom kan lang nog niet naar een tentoonsteling. Daarom wordt alle dood hout ingestreken met het gekende jinmiddel: zwavel, water en kalk. Na een paar maanden kan men dat met een vrij zacht staalborsteltje wegschuren. Dan krijgt men weerom een natuurlijke kleur en het hout is, toch voor een poosje, beschermd.
  • Het jinmiddel wordt nagenoeg wit eens het droog is. Niet mooi, maar het is toch maar tijdelijk.

xxx

Voorbeeld 2: Juniperus chinensis

 

De Juniperus chinensis is een import boom die zijn eerste vorm hier bij ons kreeg. Daarbij is de onderste zware stam afgestorven. Oorzaak, te ver uitgebogen met een spandraad.

Een nieuwe vormgeving dringt zich op. De grote dode stomp grotendeels weghalen of omzetten in een dominante jin? Er was al een grote jin voorzien. Gaan die twee samen?

Het idee is om de kleinere jin eleganter te maken en, mits een dunne shari, te verbinden met enkele kleine stompjes hoger in de kruin. De zware dode stomp zal dus de focus worden. Het effect van het dode hout zal nadien bepalen welke vormgeving nodig is om alles goed tot zijn recht te laten komen. De helling zal zeker veranderen de voorzijde kan niet blijven zoals nu het geval is.

  • De voorste stomp was van in het begin voorzien als jin, de stomp daarachter was eigenlijk de sashi-eda, de karaktertak. Jammer genoeg overleefde die de ingreep niet, de inscheuring was te diep.
  • De stomp draag nog de schors, er werd nog niets van het hout weggehaald. Het hout is echter helemaal droog en dus kan het bewerkt worden.
  • De jin moet overgaan in een shari die in de grond zal verdwijnen. Om foutief inscheuren te vermijden zal de gewenste lijn heel precies uitgesneden worden met beiteltjes.
  • Eerst de bast weghalen zodat men een goed zicht krijgt op de toekomstige rand van de shari. Daar bestaan tegenwoordig handige ‘krabbers’ voor. De rand zelf is nog niet aangesneden.
  • De shari werd met een scherp mes afgelijnd. Met de jintang worden stroken hout uitgescheurd. Voordeel is dat de nervatuur goed zichtbaar wordt.
  • Met de rasp wordt al het dode hout opgekuist. Resten van de bast en van vezels verdwijnen. Het is nog mogelijk om hier en daar het profiel van de jin bij te werken. Wil men veel hout weghalen, dat gebruikt men beter een andere freeskop.
  • Het werk is klaar. Voor de finale afwerking werd nog een Dremel met een fijne freeskop gebruikt.
  • Instrijken met jinmiddel. Nu domineert de kleur van de zwavel, maar eens opgedroogd zal alles de witte kleur krijgen. Die is karakteristiek voor dood hout op Jeneverbes.
  • Later kan dan nog een finale bewerking komen met zeer fijne scherpe freeskoppen en staalborstel. Misschien kan men ook gaan voor een eleganter ogende jin door een diepe groef te trekken in de lengterichting. Dit hangt vooral af van de uiteindelijke functie die men aan het dode hout wil toekennen in de finale vormgeving.

xxx

Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be