Bonsaidorpen in Japan 1 ‘Omiya’
tekst en illustraties: Marc De Beule
In Europa dachten we vrij lang dat er maar één bonsaidorp was in Japan, Omiya. Gelegen in Saitama, een half uurtje trein vanuit het centrum van Tokyo. Het zijn vooral de sterke promotie en de bereikbaarheid die de andere dorpen wat in de schaduw stelden. We spreken van een bonsaidorp als er een hoge concentratie is van tuinen en kwekerijen. En dan kom je op de dag van vandaag uit op vier dorpen. In deze reeks komen ze allemaal aan bod.
Daarnaast zijn er in Japan nog een heleboel bonsaituinen die erg verspreid zijn. In het noorden bijvoorbeeld kwekerijen in de omgeving van Fukushima met vooral de vijfnaaldenden en in het zuiden rond Miyazaki waar kwekerijen zitten die vooral met fruitbomen werken, type kaki.
In dit artikel dus aandacht voor Omiya-cho.
Omiya werd als bonsaidorp opgericht in 1925 met in de beste periode een dertigtal tuinen.
De reden was eenvoudig. De kwekers zaten in Tokyo maar daar ontstond gebrek aan ruimte door de stedelijke expansie en bovendien maakte men zich zorgen over de lucht- en waterkwaliteit.
Weg naar het platteland dus. Daar is trouwens de dag van vandaag niets meer van te merken. De verstedelijking slaat ook hier toe.
In Omiya ontstonden tuinen van verschillende aard. Er was er zelfs eentje met uitsluitend kusamono. De meeste kweekten het betere startmateriaal op tot behoorlijke bonsai. De ene met een voorkeur voor loofbomen, anderen gingen voor Juniperus en Pinus. Enkele tuinen profileerden zich naar de topbonsai. Vaak selecteerden ze bij hun collega’s het betere materiaal om het dan te verfijnen.
Deze tuinen waren, en zijn, zeer klassiek van aanpak. Familiebedrijven met vaak drie en zelfs vier generaties die samen het werk aanpakken. De zonen werden in de regel, deels toch, opgeleid in andere tuinen om dan de eigen tuin verder te zetten. En dat terwijl ze meestal zelf leerlingen op het erf hadden.
De tuinen zelf waren en zijn klein. Teelt in volle grond is te vinden op het echte platte land, hier niet. Bedrijfjes met een beperkte oppervlakte aan grond. Maar wel met indrukwekkend veel bomen. Bonsai kweken, verfijnen en onderhouden is arbeidsintensief. De vele handen waren welkom.
De opbouw in klassiek. Heel veel banken met bonsai in verschillende stadia. Soms ook eronder. Potten staan ‘en masse’ onder de banken of op aparte rekken. Daarnaast een atelier, in de regel klein, met een rommeltje aan alles wat met bonsai te maken heeft. En dat zien we overal in Japan trouwens.
Tuinen met het betere materiaal hebben meestal een showgedeelte. De ‘etalage’ van de tuin zeg maar. Een tokonoma komt bijna overal voor. In veel tuinen moet een leerlingen, elke ochtend opnieuw, de tokonoma herschikken. Een andere bonsai, een accent, een scrol.
Werken doet men buiten als het weer het toelaat, al zien we daar in de moderne kwekerijen toch verandering in komen. Daar hebben ze ateliers met veel licht en mogelijkheid tot verluchten.
Bonsai Art Museum Omiya
Het bonsai museum is nog vrij nieuw. Het werd opgericht rond 2010. Het gebouw heeft een modern ontwerp dat U-vormig rond een grote binnentuin ligt.
In het gebouw zitten de diensten en een educatieve vleugel. Die toont de basisstijlen en info over geschiedenis en andere aspecten van bonsai.
Op het eind staan drie tokonoma’s in een verschillende stijl. De bonsai wisselen daar regelmatig.
Buiten is er grote tuin met ruim opgestelde bonsai. In commerciële tuinen staat alles kort bij elkaar. Ruimte is kostbaar! Bij elke boom staat de naam en de leeftijd. Soms nog wat extra info. In het Japans! maar met de app ‘Google Translate’ komt men een heel eind.
Veel bomen staan op een draaitafel. Regelmatig draait men de boom zodat ook de achterkant voldoende licht krijgt zodat er zich een mooie vertakking en gezond loof kan ontwikkelen.
Soms gaan er extra tentoonstellingen door.
Het hoofdgebouw heeft een terras van waarop men de hele tuin in één oogopslag kan bewonderen.
Begin 2000 begon de druk op tuineigenaren door projectontwikkelaars toe te nemen. Vele eigenaren verkochten hun grond en trokken meer landinwaarts, naar de buitengebieden van Saitama en zelfs nog verder. Anderen stopten bij gebrek aan opvolging het bedrijf. De geschiedenis herhaalde zich!
Bij mijn eerste bezoek in 1995 waren er nog 17 bonsaituinen, nu in 2023 nog 5. Om de aantrekkingskracht van Omiya in het internationale bonsai wereldje terug aan te zwengelen werd besloten om het museum op te richten.
Adres
2-24-3 Toro-cho, Kita-ku, Saitama-shi, Saitama 331-0804
Meer info
https://www.bonsai-art-museum.jp
Toegangsgeld
ongeveer 2 à 3 euro
Bereikbaar met de trein
Tokyo – Omyia – Toro
De vijf bonsaituinen liggen op wandelafstand van het museum.
Controleer de openingstijden op de site van het museum. Daar kan je ook een plattegrond van het dorp krijgen.
Fyo-en
Takayama
Deze tuin opende in 1939 en is vooral gekend omwille van zijn loofbomen, bossen en uitermate verfijnde Zelkova’s. Al is het dan weer een Juniperus die het meeste in het oog springt, namelijk de ‘Flying Dragon’ met de gedraaide topjin.
De tuin heeft ook een reeks bijzonder mooi bloeiers, vooral dan de kerselaren en enkele magnolia’s.
Deze tuin is een uitzondering want overal elders vallen vooral de coniferen op, hier is het dus net andersom.
Takayama zelf is een bescheiden man. Hij mengt zich niet tussen de bezoekers. Terwijl medewerkers info geven aan bezoekers of klanten werkt hij rustig verder ergens in een hoekje van de tuin.
Onder de banken staan massa’s jonge Acers en andere soorten. Deze zullen later dienen om bossen mee aan te maken. Takayama verzorgde op het wereldcongres in 2017 trouwens een demo met bosaanplant met Acer buergerianum.
Gratis toegang. Fotograferen toegestaan mits eerst vragen.
Mansei-en
Kato
Deze tuin bestaat al meer dan 150 jaar. Ze vestigden zich in Omiya in 2025 en zijn nu aan de vijfde generatie eigenaars toe.
Het is vooral Saburo Kato, de vorige eigenaar die in 2008 overleed, die de tuin tot een hoogtepunt bracht. Hij was ook de man die al snel inzag dat Japan zich als bonsailand meer internationaal moest profileren. Als voorzitter van de Nihon Bonsai Kai, een soort vereniging van kwekers, startte hij onder meer de oprichting van de wereldkoepel WFBO en organiseerde hij het eerste wereldcongres.
Ik ontmoette hem enkele keren in Europa en Japan. Vriendelijke man met een goede kennis van Bonsai buiten Japan en veel invloed in Japan zelf. Hij zag ook het belang van amateurclubs in. Vooral in Europa dan.
De collectie telt vrij veel Picea. Zijn vader en grootvader gingen daarmee aan de slag omdat de familie oorspronkelijk afkomstig is van Hokkaido in het noorden waar deze soort van nature voorkomt. Vooral zijn bossen zijn bijzonder goed gekend.
In deze tuin enkel de top van de top. Zeer veel klantenbomen ook, maar die krijg je de dag van vandaag niet meer te zien.
De tuin is nu voor ruim de helft kleiner geworden. De kwaliteit is nog altijd bijzonder groot maar alles staat dicht bij elkaar. Er is letterlijk te weinig ruimte om alles mooi te showen. De rest van de tuin is nu een parking.
Gratis toegang. Fotograferen is verboden.
Opgelet: niet altijd open. Ga na op de site van het museum.
Kyuka-en
Murata
Deze tuin situeerde zich destijds in een zeer mooie en grote ‘”gewone’ tuin. Veel volwassen bomen en struiken, ruimte en daartussen in de spaarzame open ruimtes een enorme collectie bonsai.
Gewoon prachtig, een juweeltje. De tuin was vooral bekend om zijn groot aantal soorten. Murata experimenteerde met alle mogelijke boomsoorten die hij kon vinden, tot 300 soorten. Hij hanteerde een zeer natuurlijke stijl. Geen overdreven gestileerde bomen dus. Iets wat trouwens nu in de twintiger jaren weer voorzichtig terugkeert.
Bekend is zijn Zelkova in de bezem-stijl. Volgens velen de mooiste in deze stijl.
Murata is de auteur van ‘Bonsai, four seasons’. Het boek is een verzamelobject geworden trouwens.
Terug naar het heden. Na het overlijden van de meester ging de tuin over naar de kleinkinderen. Twee derde van de grond werd verkocht, daar staan nu troosteloze woningen. De collectie werd verwaarloosd, bonsai werden verkocht of stierven af. Zo verloor de Zelkova een deel van zijn kruin.
Op dit ogenblik is het beheer van de tuin terug in handen van een kleinkind dat op de overgebleven ruimte de oude grandeur en vooral de kwaliteit van de bomen wil herstellen.
Vrij toegankelijk, fotograferen mag.
Het is ook een verkooppunt van Masakuni gereedschappen.
Toju-en
Hamano
De tuin bestaat sinds begin jaren dertig.
Hij lijkt in bijna niets op de andere tuien. De eerste indruk, en ook de laatste, is ‘deze tuin is een openlucht werkplaats. Dat klopt, maar dan eentje op niveau.
Er gaan zeer weinig ruimte en aandacht naar het presenteren van de bonsai. Hier werkt men aan de bomen. Bonsai in alle stadia en men ziet de meest verscheiden technieken ‘in bedrijf’.
Enten, zware buigingen met of zonder ijzeren staven. Je kan alles zien en bestuderen.
In de andere tuinen vraag je je soms af, ‘Hoe doen ze dat in hemelsnaam’? Wel, hier is het gewoon te zien.
In deze tuin ook vrij veel shohin. Hamano is ook de man die bonsai wou promoten voor iedereen. Vandaar ook shohin.
Het was ondermeer in deze tuin dat Marc Noelanders een deel van zijn opleiding kreeg.
Vrij toegankelijk.
Fotograferen mag.
Shosetsu-en
Kurosu
Vrij jonge tuin met de nadruk op Pinus, vooral parviflora en thunbergii. Deze tuin heeft twee delen. Een deel voor de meer ‘gewone’ bonsai, gericht op directe verkoop. Het tweede deel is er voor klantenbomen en de – veel – betere stukken. Daar mag je in, maar als de eigenaar merkt dat je een bonsailiefhebber bent – geen doorsnee toerist dus – laat hij je ook daar in rondwandelen. Alles staat dicht bij elkaar, voorzichtig zijn is de boodschap.
De tuin heeft ook een ruim aanbod aan gereedschappen van de drie bekendste merken. Ook alle andere toebehoren zijn verkrijgbaar. Daarnaast spitst men zich ook toe op workshops. Vooral als kennismaking met bonsai. De gemiddelde basiscursus bij ons gaat verder. Men kan er ook zijn bonsai leren onderhouden. Een wat meer commercieel gerichte tuin dus. Eigenlijk moet ik zeggen, commercieel toegankelijk voor het brede publiek. De andere tuinen mikken op (gegoede) kenners en verkoop naar het buitenland. Bezoekers slaan hier bijna allemaal aan het winkelen.
Vrij toegankelijk. Fotograferen in het tweede deel van de tuin mag niet. Maar als je het vriendelijk vraagt lukt het wel.
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be































Geef een reactie