Bossen en bosjes aanplanten zijn bijzonder populair. In het bijzonder bij beginnende bonsaika. Maar, het is beslist geen beginners-stijl. Aan de hand van twee voorbeelden, eentje met Carpinus en een ander met Fagus illustreren we de werkgang. De stijl bij uitstek om veel bij te leren over de magie van bonsai. Ook als men werkt met eenvoudig materiaal.
Tekst en illustraties: Patrick De Maere
In een vorige bijdrage bespraken we de aanmaak van een slab in polyester. Het feit dat het twee wel zeer grote exemplaren zijn laat toe om de werkgang van de aanplant van een groep met veel bomen zeer duidelijk te illustreren . We brengen het hele verhaal in een fotoreeks. Met als extra een aantal foto’s van een jaartje later.
Natuurlijk bos
Dat wil iedereen, een natuurlijk ogent bos maken. En wat blijkt, het resultaat komt bij de eerste pogingen vaak kunstmatig over.
Daarom een paar basisgegevens, de ene noemt het tips, de andere regels, om tot aantrekkelijke resultaten te komen.
Welk soort bos wil je?
Je hebt bossen in zeer veel soorten. Ik som maar op: immens grote wouden, een groep bomen in het landschap, een bos met verschillende soorten door elkaar, bossen met open stukken, bos met bomen die ongeveer even oud zijn en vise versa, … zo kan je nog een poosje doorgaan.
Hou duidelijk voor ogen wat je wil uitstralen.
Afstand tussen de bomen
In een natuurlijk bos verschillen de afstanden tussen de stammen onderling. Bij een aanplant, bijvoorbeeld in dennenbossen in de Ardennen, is dat anders. Daar hanteerde iemand de lintmeter nadat hij touwen, gespannen had. Kan dat? Wellicht wel, maar hier gaan we het anders doen. We kiezen dus voor variatie in de afstanden, soms staan twee of drie bomen tegen elkaar, op andere plaatsen is er zelfs een aanzienlijke afstand.
Verschil in hoogte
Eigenlijk is de idee hetzelfde als hiervoor. Variatie maakt het bos natuurlijker. Om dat verschil in hoogte te verkrijgen kan men twee wegen bewandelen. Kies voor boompjes van verschillende leeftijd, maar vrijwel altijd zal men moeten snoeien om dat verschil te bekomen.
Gelijkheid in karakter en zoektocht naar licht
Eenvoudig gezegd, kies bomen met gelijkaardige beweging in de stam en combineer die net met bijvoorbeeld exemplaren met kaarsrechte stam. Al kan een subtiele uitzondering natuurlijk wel. In de twee voorbeelden die volgen zal je merken dat de haagbeuken grillige stammen hebben die af en toe zelfs gaan kruisen. Iets wat helemaal aansluit bij hun voorkomen in de natuur. Het beukenbos vertoont dan weer kaarsrechte stammen zoals je dat in het Zoniënwoud ook zou zien.
Bomen hebben licht nodig en dus groeien ze in de richting van de zon. Je zal dus merken dat de fijne takken aan de rand van een bosje zijwaarts groeien omdat daar licht te vinden is. Vaak waaieren de stammen een beetje uit. Bomen die in het midden staan lossen dat weer anders op. Daar hebben de bomen alleen in de top levende takken. Al de rest, binnenin de ‘gezamenlijke kruin’ dus, sterft af.
Open ruimte
Bedenk dat een bos meestal baat heeft met open ruimte. Een open landschap naast het bos. Die open ruimte draagt bij tot de ervaring van het bos, ook aan het gevoel van grootte. Het is ook best mogelijk om een bos te maken dat bestaat uit meerdere sub-bosjes.
Zoek variatie
Variatie in een bos kan op veel manieren. Zo kan je experimenteren met meer dan één soort, met toevoeging van rotsen, met kruidachtige planten als onderbeplanting en ga zo maar door. Sommige liefhebbers kiezen er ook voor om figuurtje toe te voegen. Dat is een keuze die men zelf moet maken, maar het oogt zelden natuurlijk en benadert al te vaak de kitsch.
Een bos met Carpinus betulus of haagbeuk
Vooraf werden een heleboel planten samen gezocht. Eigenlijk gaat het om planten van drie verschillende leeftijden. De eerste zullen duidelijk de rol krijgen van ‘hoofdboom’, De andere vullen dan het verhaal aan.
Deze bomen werden voorbereid, hier alleen door ze af en toe te sneoeien, maar ook door ze in kleine potten te planten om zo compacte wortelkluiten te krijgen. Dat is nodig, want anders is het onmogelijk om alles op de gewenste afstanden van elkaar te planten.
Haagbeuk houdt zijn dorre bladeren zeer lang vast. Vooraleer aan te planten haalt men die het best weg. Het is ook aanbevolen om vooraf te bedraden indien nodig. Hier volstaat het meestal om alleen de stammen in draad te zetten. Takken bedraden is hier alleen nodig bij de hoofdbomen.
Op de rechtse foto is te zien dat het plaatsen van de boompjes begonnen is. In deze compositie zal de focus op de rechterkant liggen. Daarom komen de hoofdbomen daar.
Merk ook op de er vooraf een ‘dijk’ met keto aangebracht werd. Dat is nodig om de potgrond op zijn plaats te houden. Daarnaast is ook duidelijk te zien dat er doorheen alle gaten draad werd aangebracht. Die verankeringsdraden dienen om de boompjes vast te houden tot ze een stevig wortelgestel ontwikkeld hebben. De wortelkluiten zullen trouwens snel helemaal in elkaar groeien.
Uiteindelijk staan alle bomen op hun plaats. Dan begint het werk pas. De stammen moeten in de juiste richting staan. Dit kan door grond tussen en onder de wortels te duwen. Soms is het zelfs nodig om spandraden te gebruiken, tussen de bomen onderling.
Tenslotte gaat men aanvullen met potgrond. Alle gaten moeten gevuld worden, stokjes om grond in te werken zijn de aanbevolen hulpmiddelen.
Afwerken doet men met het aanbrengen van plakken mos en eventueel van plantjes. Dat helpt om de grond niet te laten uitspoelen. Het hele proces eindigt met het overvloedig water geven van de nieuwe creatie.
Met slechts een paar maanden tussen. De boompjes lopen goed uit en op de foto rechts staan ze reeds zo ver dat een eerste snoei mogelijk is. Bij bossen als deze, met veel bomen dus, is het niet eens een ramp mocht er eentje afsterven. In bossen staan ook wel dode bomen. In bosjes met kleine aantallen bomen ligt dat wat moeilijker. Men moet er in de eerste plaats voor zorgen dat het aantal onpaar blijft, toch zeker bij bossen tot 11 bomen en ten tweede moet een dode boom toch wel een meerwaarde bieden. In een groot bos valt een dood stammetjes nauwelijks op maar bij een bos met zeven boompjes is dat wel anders.
Bij krachtige groeiers als de haagbeuk is snoei ,tot twee keer per jaar nodig. Begin dan ook stilaan met de selectie van takken. Elimineer vooral die welke de verkeerde richting uitgaan. Zorg er ook voor dat de onderste takken het zicht op de basis van de stammen niet gaat verstoppen. Het is dus nodig om de onderlijn van de gezamenlijke kruin in de gaten te houden. Het mos verdwijnt hoe dan ook voor een deel en dat ondanks de bescherming met kippengaas. Helemaal rechts, de compositie na ongeveer een jaartje. De basis is klaar. De verfijning zal nog een paar jaren in beslag nemen.
Helemaal ‘made in Vlaanderen’, de slab inbegrepen!
Een bos met Fagus sylvatica of beuk
Voor het beukenbos zal worden gewerkt met oude planten met een vrij dikke stam. Die hebben ook allemaal een vrij zware wortelkluit met veel wortels die recht naar beneden gaan. Daarom dat het bos in eerste instantie in een houten bak geplant worden. Na een jaartje zullen er meer fijne wortels zijn en kan een deel van de oorspronkelijke penwortels nog meer ingekort worden. Pas dan zal men kunnen oordelen of de planten klaar zijn om in een keramiek schaal of slab te komen.
De planten zelf werden jaren opgekweekt in volle grond. De wortels werden op gezette tijden afgestoken en uiteraard werden de nieuwe takken regelmatig teruggesnoeid.
In eerste instantie werden alle dorre bladeren weggeplukt. Dat werkt gemakkelijker.
Tijdens het weghalen van de dorre bladeren werden ook een deel van de takken weggehaald. Deze ingreep komt neer op het selecteren van de gesteltakken. Vooral in de top zaten veel te veel takjes.
De bomen stonden in vrij zware leemachtige grond. Die is helemaal niet geschikt voor bonsai. Daarom wordt alles weggehaald wat meteen ook een selectie van de wortels mogelijk maakte. Absoluut nodig om nog een andere reden, de groep zou nooit in de bak geraakt zijn met die immens grote wortelkluiten. Deze groep werd gemaakt op een workshop met Marc Noelanders.
De groep direct na de aanplant. Bij dergelijk grote planten, beter planten met een dikke stam, laat men de nebari zien. Die stambasissen zijn mooi en prominent aanwezig, men mag ze dus niet verstoppen in de bodembedekking.
Op de foto in het midden de groep in het begin van de zomer. Daarnaast de groep in herfsttooi. Alle bomen staan gezond, klaar voor de volgende stap.
Ook dit bos zal op een slab komen. De gaasjes en de verankeringsdraden werden reeds aangebracht. Dan volgde de traditionele werkwijze, te beginnen met een laagje grond met grove korrel. De wortelkluit van de groep, men kan nu niet meer spreken van verschillende wortelkluiten, ze vormen één wortelmassa, werd vrij grondig uitgekamd. De nieuwe fijne wortels werden hier en daar wat ingekort.
Na het uitkammen zijn nog zeer beperkt wijzigingen mogelijk om de positie wat aan te passen. Dat was hier niet echt nodig. Bemerk dat er vrij veel grond weggehaald werd om de wortels te kunnen snoeien.
Dan begon een nauwgezet werkje, namelijk de kluit aanvullen met nieuwe grond. Een tip, werk met een droog mengsel dat ‘vloeit’ beter in alle holtes. En, werk zoals altijd met stokjes om alles tussen alle wortels in te werken. Breng de ‘dijk’ met keto aan op het ogenblik dat je wil aanvullen tot het grondoppervlak het gewenste volume en reliëf heeft.
De eerste foto laat de ‘dijk’ zien die netjes tegen de grondmassa geboetseerd is. Probeer een zo natuurlijk mogelijk reliëf te verkrijgen. Voor de afwerking werd hier gekozen voor enkele kleine rotsjes, spaarzaam aanwezig, meer ze dragen toch bij tot de natuurlijke uitstraling van het bos. Het geheel werd afgewerkt met mos in verschillende soorten. Het feit dat het bos nu op een slab staat geeft een totaal ander beeld dan dezelfde groep in een houten bak.
In de toekomst zal er vooral veel aandacht moeten gaan naar verfijning van de kruin.








































Mooie creaties die goed en duidelijk stap voor stap zijn beschreven. Graag de komende jaren opvolgingsfoto’s plaatsen.