Tekst en illustraties: Geert De Leeuw

Mijn interesse voor stekken werd gewekt door een You Tube filmpje gemaakt door een bonsai professional die Juniperus chinensis ‘Itoigawa’ stekken met groot succes opkweekte. Ik begin daarom met zijn benadering.

Je neemt in de herfst sterke gezonde scheuten. Gezonde stekken zijn erg belangrijk. Die zijn ongeveer een 8 cm lang, en verhard onderaan. En het stengeltje heeft minstens de dikte van een lucifer.

Neem best jonge scheuten, die slaan beter aan.

De scheutjes worden voor de onderste helft vrijgemaakt van loof, dan in waterstofperoxide gedoopt, dat we als ontsmetting en schimmelwerend middel kunnen gebruiken.

Het stekje is nat door de ontsmetting en wordt dan in stekpoeder gedoopt.

Hij zet de stekken dan dicht bij mekaar in een plastic potje met bodemsubstraat. Door de plantjes dicht bij mekaar te zetten beperkt hij het vochtverlies via het loof.

Dan in de winter op een bodemmat zetten die op 23 graden Celsius staat om wortelvorming te bevorderen. Na een jaar kan hij mooie gewortelde stekjes tonen.

Voordelen van stekken

Wat is er interessant aan stekken? Je kan gemakkelijk stekken nemen van je bonsai, in bonsaigrond stoppen en je hebt veel kans op succes. Want gesnoeide bonsai geven betere stekken dan gewone tuinplanten. Dus als je toch aan het snoeien bent en je wil je snoeimateriaal hergebruiken, probeer het gewoon.

Op deze manier krijgen we nieuw materiaal waarvan we de eigenschappen al kennen, dezelfde als de moederplant. En met enig geluk kan je van een bonsai collega een stekje van zijn boom bekomen. Door stekken kan je meer materiaal opkweken dan door marcotteren. En het gaat sneller dan door zaaien.

Omdat de eigenschappen bewaart blijven dien je bij het stekken van een bloeiende bonsai een stek te nemen van een tak die goed bloeit.

Zaailingen zullen een tapwortel ontwikkelen, bij stekken daarentegen heb je een betere ontwikkeling van een heleboel fijne wortels.

Op het einde geef ik een keuze van verschillende bonsaisoorten. Sommige kan men moeilijker stekken

Vele planten kan men best stekken in een bepaald seizoen. Daarom eerst wat uitleg over stekken in de lente, zomer, herfst en winter.

Soorten stekken

In de lente hebben we jonge scheuten. Je kan ze herkennen aan hun zachte bladeren, dikwijls met afwijkende kleur, de bladeren hebben een verschillend formaat. De bladeren verwelken snel.

Stekken van deze jonge scheuten noemt men zachthout.

Het probleem met die zachte scheuten is dat ze snel uitdrogen. Daarom houden we ze steeds koel en vochtig. Sommigen nemen hun stekken zelfs onder water. En bewaren ze in water.

Een ander probleem is dat ze gemakkelijk rotten.

Het is best om alleen de eerste opstoot van nieuwe scheuten te gebruiken, de tweede opstoot in de zomer slaat slechter aan.

Je hebt flinke scheuten nodig, tussen vijf en twaalf cm lang.

Niet zo eenvoudig dus, je moet ze nemen bij het begin van de zomer met veel warmte. Goed sproeien tegen uitdrogen maar tegelijk voorkomen dat ze rotten.

Zodra ze wortels gemaakt hebben kan je minder sproeien en uitplanten maar je moet wel nog winterbescherming bieden.

Afbeelding 1

Waar zit de groeikracht van een boompje? Anders gezegd: 'Waar neemt men best stekken?'

Stekken van half-hard hout.

Deze kan je herkennen aan de bladeren. Die hebben hun volwassen, groene, kleur. Het zijn stekken van de zomer.

De stekken zijn 7 tot 14 cm lang. De onderste helft dient men vrij te maken van bladeren. Sommige kwekers verwijderen meer bladeren om vochtverlies te beperken. Het is niet bewezen dat dit nuttig is.

Je kan wortels verwachten na 6 weken tot 3 maanden.

Jeneverbes is geschikt voor half-harde stekken. Ze kunnen al na 4 weken wortels maken.

Maar de meeste naaldbomen kan men best stekken als het koeler is, van september tot de winter.

Daarmee zijn we dus bij de volgende categorie aanbeland: hardhoutstekken.

Hardhout stekken

Men kan ze herkennen aan de stengel, die krijgt zijn grijs-bruin uiterlijk. De stekken worden in de herfst genomen. Voor bonsai liefhebbers zijn ze interessant, je krijgt sneller een ouder uitziende plant.

Hiertoe worden de stekken worden in herfst en winter van de moederplant genomen.

Behandelen met stekpoeder en uitplanten, maar beschermen tegen vorst.

Bodemwarmte helpt voor wortelvorming, de stek met een plastic zak afdekken helpt tegen uitdrogen.

Sommige kwekers bewaren stekken op 20 graden en in vochtige atmosfeer gedurende 3 tot 5 weken. Daarna koud bewaren of als het weer het toelaat, uitplanten.

In feite heeft iedereen zijn eigen methode. Belangrijk is dat de stek groot genoeg is met voldoende reservevoedsel. De top wordt meestal verwijderd.

Door de top koel te houden vermijdt men dat de plant zijn energie aan nieuwe knoppen geeft i.p.v. aan de wortels. Zonder wortels sterven de nieuwe knoppen dus dat is energieverspilling.

Naaldbomen

Naaldbomen worden vaak laat in de herfst of in de winter gestekt, in een serre.

Meestal gebruikt men stekken van 10 tot 20 cm lang, en stekken van het uiteinde van de takken.

Soms gebruikt men kleine stekken: 5 tot 8 cm lang; ze wortelen wel maar het duurt langer om ze te ontwikkelen.

Wortelstekken

Bonsailiefhebbers verwijderen vaak stukken wortel, dus dit kan zinvol zijn.

Wortelstek zal men tussen december en maart nemen. Net wanneer wij veel wortels verwijderen.

De wortelstek zal beter aanslaan bij jonge planten, of als de wortelstek dicht bij de wortelvoet genomen wordt.

Elke plant die gemakkelijk wortelopslag geeft is geschikt voor wortelstekken.

Wortels schoonmaken, behandelen met fungicide. Ik zou dus even in waterstofperoxide dompelen, professionele fungiciden kunnen we niet bekomen.

Het stuk van de wortel dat dichter bij de stam stond, moet je omhoog plaatsen. Dit dichtste stuk dwars doorsnijden, het verste stuk van de wortel schuin afsnijden.

Een wortel tot 6 mm dik is best 8 tot 10 cm lang, terwijl een wortel van 12 mm dik 3 tot 8 cm lang mag zijn. Grotere stukken wortel kan men ook laten uitlopen.

Men kan wortelstekken verticaal zetten, de bovenzijde aan de oppervlakte van de bodem. Op die manier bekom je een klompstijl. Als je de wortel voor een derde boven de bodem laat uitkomen zal de wortel de stam van je nieuwe bonsai worden.

Of anders leg je de wortel horizontaal met een cm bodem er boven. Op die manier krijg je een vlotstijl.

Na het plaatsen dek je de pot af met een plastic folie of een plastic tent om ze vochtig te houden.

Praktische tips bij stekken

Er is altijd risico op verwarring om welke soort plant het nu gaat. Probeer een betrouwbare bron te krijgen. Aangezien stekken van verschillende soorten anders reageren is dit belangrijk. In ideale omstandigheden krijg je stekken uit een arboretum of van een betrouwbare plantenkweker.

Gezonde takken die veel zon krijgen zijn de beste.

De plant moet stevig zijn door hoog vochtgehalte. De ochtend en koele temperatuur zijn gunstig voor het nemen van stekken. Om uitdrogen te voorkomen ofwel direct je stek behandelen of anders in een plastic zak bewaren. Maar die wordt snel warm. Daarom een vochtige vod in de zak stoppen of zelfs ijs.

Afbeelding 2

De manier van aansnijden van de stek kan zorgen voor een andere en betere beworteling. Alleen zinvol als met stekt in functie van bonsai.

Hoe dan ook: zo snel mogelijk behandelen. De hele tijd de stek koel en vochtig houden. Sommigen zullen zelfs de stek onder water nemen om het snijvlak te beschermen.

Een gewone plastic zak over de pot met stekken helpt tegen vochtverlies. En meerdere stekken dicht bij mekaar planten, omdat je veel bladeren verwijderd hebt is dit haalbaar.

Stekken gebruiken maar één procent van het aangeboden licht, hun energie gaat naar wortelvorming. Je kan de stekken dus gerust in de schaduw zetten.

Stekken behandelen met fungicide en stekpoeder (zie verder).

Stekken moeten voldoende water, voedsel bevatten. Jonge planten zijn beter om stekken van te nemen. Ook door vaak te snoeien is de plant beter om stekken van te nemen. Valt dat even mee voor ons.

Sommige plantensoorten zijn enkel in bepaalde periodes te stekken. Algemeen is het beter om het bloeiseizoen te vermijden, de plant heeft dan een ander metabolisme. Dat betekent zeker geen stek nemen van bloeiende takken. Nu zal men als bonsailiefhebber toch soms een bloeiende tak snoeien, als je er dan een stek van wil nemen, verwijder dan zeker alle bloemen en bloemknoppen.

Doordat elke plant anders is blijft er altijd een toevalsfactor, met sommige individuele planten kan het echt veel beter, of veel minder lukken om stekken te laten aanslaan.

In het algemeen zullen stekken van naaldbomen beter aanslaan met een stukje bruin hout aan de basis. Dit is een hielstek, of een hamerstek. Bij een hielstek opletten dat je eventuele rafels afsnijdt.

Een simpele stek heeft gewoon een schuin afgesneden onderzijde. Een ander systeem is een schuine snede maken aan beide onderzijden van de stek. Hier krijg je meer oppervlak waaruit wortels kunnen groeien.

Een andere methode geeft een betere wortelvoet. Snij de onderkant van de stek in en rek de twee stukjes uit mekaar. Een steentje in de holte houdt de snede open.

Nog inventiever is het om meerdere flapjes van de schors onderaan los te maken, steentjes er onder en je krijgt een bredere basis.

Stekken van zijwaarts groeiende takken zullen in principe beter groeien dan takken uit de top. De stekken hebben dan wel neiging om zijwaarts uit te groeien. Voor half cascade is dit mooi meegenomen.

Verwonden van de stek kan helpen. Het is meestal niet noodzakelijk. Verwonden betekent dat men een dun laagje schors met een scherp mes verwijdert. De verwonding is 1 tot 2 cm lang, ze kan aan één zijde of twee zijden uitgevoerd worden.

Door de naalden te verwijderen krijgt men reeds verwonding. Dit is voldoende voor Juniperus, Taxus, Chaemaecyparis.

In het ideale geval verwarm je de bodem, en regel je de vochtigheid aan het loof. Kweekkastjes en verwarmingsmatten met thermostaat zijn commercieel verkrijgbaar.

Ik vond een eenvoudige verwarmingsmat aan 50€. Een grote kweekkas met alles er op en er aan, met verwarmingsmat en thermostaat zag ik aan 191 €.

Ideaal is een temperatuur van 22 graden aan de bodem en 7 graden aan de top van de stek.

Schimmels bestrijden

Waterstofperoxide is te koop bij apotheker, bol.com, en ook in Kruidvat. Daar vind je ze meestal in drie procent oplossing. Voor ons gebruik verdunnen met water tot 1 of een halve procent.

Commercieel zijn koperderivaten, zwavel en kaliumpermanganaat te koop die je op de plant kan vernevelen.

Kaliumpermanganaat kan je oplossen in water (30 gram in 600 ml water). Van deze oplossing neem je dan drie soeplepels in een liter water. Hiermee de planten besproeien.

Sphagnum is steriel en het belet ook schimmelgroei. Dat is interessant want stekken beschimmelen vaak aan het bodemoppervlak. Dus gemalen sphagnum op de oppervlakte strooien is zinvol.

Als je water geeft door gedeeltelijk onderdompelen i.p.v. begieten krijgen de wortels vocht, het loof blijft droog en beschimmelt niet. Ook de bodemoppervlakte blijft droog.

Verder vind ik suggesties op het internet. Sommigen strooien een laag kaneelpoeder over de bodem. Anderen raden dan weer een oplossing van bakpoeder aan om de planten te besproeien. Allemaal te vinden in jouw keukenkastje. Ook kan je een oplossing sproeien van Neemolie, dit op de binnenzijde van het potje waar de stekken in groeien.

Afbeelding 3

Vlotstijl maakt men in de regel door een boompje, met wortelkluit, neer te leggen. Na één of twee jaar ontwikkelen er zich dan wortels aan de anderzijde en kan men de oorspronkelijke wortelkluit wegnemen. Bij soorten die gemakkelijk wortelen is het niet eens nodig om een wortelkluit te hebben. Een idee om een treurwilg te maken in de vlotstijl!

Hormonen.

Je kan zelf hormonen maken die de wortelvorming van stekken bevorderen. Deze zelf gemaakte variant komt van wilgentakken. Neem hiervoor twijgen en takken van wilgen die dit jaar gevormd zijn. Verwijder de bladeren en snij de takken in kleine stukjes. Laat 24u weken, dan zeven.

De stekken 24u in dit vocht laten weken.

Het aftreksel blijft jaren werkzaam als je het in de koelkast bewaart.

Dit doe het zelf brouwsel wordt weinig gebruikt. Al meer dan tachtig jaar is IBA, indolboterzuur, de topper in stekpoeder.

Stekpoeder (indolboterzuur, ook gekend als auxine) helpt bij alle stadia. Maar het is geen wondermiddel, sommige plantensoorten hebben er geen baat bij.

In de USA kan men veel varianten kopen. In Belgie heb ik twee producten gevonden met IBA.. Rhizopon stekpoeder van Edialux . Dit is auxine aan 2500 ppm. Deze dosering is aan de lage kant maar voldoende voor de meeste planten. Zoals gezegd, we hebben weinig keuze. Als alternatief Growth Technology Clonex gel (te koop via Bol.com en Amazon.nl) De concentratie is 3000 ppm.

Ik denk dat de beste manier dus is: eerst je stekje 2 cm in waterstofperoxide dippen (ontsmetting) dan is je stek onderaan wat nat. Je doopt de stek dan in stekpoeder, dat door het vocht blijft plakken.

Nooit je stekjes direct in het potje met hormonen steken. Neem een apart potje gel of poeder en de stekjes daar eenvoudig even twee cm in dompelen (quick dip). Echt niet meer dan 2 cm instoppen.

Welke bodem?

Hier zijn bonsailiefhebbers op bekend terrein. Je wil een bodem met voldoende lucht en vocht. Zoals bij bonsailiefhebbers is er ook voor stekken veel discussie over de precieze bodem

Best steriel product gebruiken, dus geen tuingrond. Dit bodemsubstraat bevat geen voeding.

Zand, perliet, puimsteen, vermiculiet, schors en sphagnum worden gebruikt. Zorgen dat er geen luchtholte tussen de stek en de bodem is. De bodem goed laten aansluiten, maar niet aanpersen.

Een eerste mogelijkheid is dus gewoon zand, met korrels tussen de 0,5 tot 2 mm. En natuurlijk niet verontreinigd.

Perliet is ‘popcorn’ van een vulkanisch gesteente. Het is slecht voor de luchtwegen en de longen. Gebruik best een industrieel mondmasker (geen coronamasker). Je kan perliet vervangen door puimsteen (bims), wat goedkoper is.

Vermiculiet is ‘popcorn’ van klei. Zoals alle klei valt het uit mekaar, en is niet herhaaldelijk bruikbaar. Enkel voor snel wortelende planten. De kleinste partikels er uit zeven.

Schors van hardhout en den wordt commercieel zeer veel gebruikt (niet zwaar, niet duur). Vaak in combinatie met zand of perliet. De grootte van de schorsdeeltjes is van 2 tot 8 mm.

Spagnum en perliet mengsels zijn prima. Zand en schors zijn ook goed. Kwekers gebruiken allerlei mengsels hiervan. Bonsailiefhebbers zullen misschien gebruiken wat ze als geschikte bodem voor de specifieke plant kennen.

Er is geen universeel antwoord maar algemeen is een mengsel van twee delen perliet met één deel sphagnum aangeraden. Sphagnum dien je in stukjes te scheuren als je het voor stekgrond wil gebruiken.

Bemesten

Eigenlijk bevatten alle bodems voor stekken dus weinig voedsel. Dat is geen probleem want voeding heeft enkel zin als er reeds wortels zijn.

Men heeft geprobeerd om takken die men gaat gebruiken vooraf te bemesten met bladmest. Maar dit heeft weinig tot geen effect.

Na wortelvorming kan je de bodem dan met Nutricote bestrooien, een traag werkende kunstmeststof. Ook kunstmest oplossen in je gietwater is prima. Ik denk dat organische mest minder gebruikt wordt omdat je dan een gunstig milieu voor schimmels creëert.

Sommigen verplanten stekken direct na wortelvorming, anderen laten de stekken rustig een jaar doorgroeien.

Men kan bakken kopen die speciaal ontworpen zijn om gewortelde stekken in te laten opgroeien. Deze zorgen voor weinig waterverlies, beschermen tegen weersomstandigheden, ze bieden voldoende licht maar met mate, goede worteltemperatuur door verwarming onder de bodem.

Zorg voor goede drainage, die stekbakjes zijn dikwijls ondiep en draineren dus slechter.

Frequent water vernevelen zal het vochtverlies beperken. Maar dan meer risico op schimmel. Om schimmels te vermijden werk je met gezonde stekken, steriel materiaal, steriele bodem, en gebruik je preventief fungicide.

De planten beschermen tegen vorst.

Afbeelding 4

Aansnijden van een stek. Het bladgroen reduceren is van belang om de verdamping tegen te gaan. Blaadjes halveren is een goede oplissing.

Afbeelding 5

Drie types van stekken: recht aangesneden, met een stukje van het dragende takje en uitgescheurd, ook wel 'met hieltje' genoemd.

Plantbespreking

Gemakkelijker te stekken:

Acer campestre: stekken in juni

Berberis thunbergii: stekken van juni tot augustus, al binnen de vier weken wortels, niet te veel water geven

Chaemaecyparis obtusa: oktober tot maart, wortels na drie maand (kweekkas)

Cotoneaster: stekken van juni tot augustus, bladverliezende soorten zijn iets moeilijker

Cryptomeria japonica: augustus tot maart, sommige cultivars zijn moeilijker

Eleagnus pungens: oktober tot februari, soms beter na vriesperiode

Afbeelding 6

De stek onderaan splitsen geefmeer kans op bewortelen, zeker bij soorten die niet zo gemakkelijk wortels ontwikkelen.

Ilex crenata: augustus tot november, hardhout, grotere stek beter, wortels na 1 of 2 maanden

Jeneverbes: gezonde moederplant, beter na vorstperiode, maar kan van juli tot april, beter met stekken van minstens 10 cm, met stukje hardhout, 2 tot 3 maanden voor wortelvorming,

Juniperus squamata Meyeri: best stekken in augustus

Malus: zachthout in juni, maar succes wisselt volgens variëteit.

Metasequoia: gemakkelijkst uit zachthout rond eind juni, wortels na twee maanden,

Morus alba: stekken in juni of juli, ook hardhout stekken mogelijk evenals wortelstekken.

Nandina domestica: stekken met veel bladeren, roosachtige stengelkleur, afsnijden net boven waar de stam bruin wordt, gevoelig voor schimmel

Azalea: van juni tot september, zachte top verwijderen, opletten voor te vochtig houden

Wilg: gemakkelijk met zachthout en hardhout (november tot maart), geen stekpoeder nodig. Men kan zelfs dikke takken stekken. Indien gewenst kan je ze splijten, met de vlakke kant onderaan leggen en zo een vlotstijl bekomen.

Taxus baccata: stekken van takken opzij geven zijwaarts groeiende stekken, stekken van takken bovenaan geven rechtopgaande groei.

Taxusstekken nemen tussen september en december. Na een vorstperiode lukt wortelvorming beter. Wortelvorming na twee maand. ’s Morgens water geven, zorg dat de plant niet nat blijft. Enkel ventileren na wortelvorming.

Ulmus: wortelstek is mogelijk, elke wortelstek in apart potje want de wortels zijn broos.

Ulmus parviflora (chinese olm): lente en zomerstek is mogelijk. Wortelvorming na twee maanden. Grote verschillen in succes naargelang de plant.

Moeilijker te stekken:

Acer palmatum

Europese en Koreaanse haagbeuk

Hamamelis: moeilijk om te overwinteren

Ginkgo: veel geduld nodig, groeit weinig na stekken

Eonymus alatus: heeft koudeperiode van drie maanden onder de 4 graden nodig

Juniperus Blaauw: wortelvorming moeilijk, rot gemakkelijk

Larix

Picea

Pinus (Pinus mugo gemakkelijker)

Pseudotsuga menziesii (douglas spar): zeer wisselend succes

Zelkova

Een handig hulpmiddel voor liefhebbers

 

Controle op vocht en luchtvochtigheid is erg belangrijk voor de slaagkans van stekken. Zeker bij de wat lastige soorten.

Er zijn stekbakken op de markt die hulp kunnen bieden.

Dit type geeft de mogelijkheid om alles onder controle te houden voor verschillende soorten stekken. Uiteraard bij beperkte hoeveelheden.

Voor de liefhebber die het echt groot ziet zijn er automatische systemen beschikbaar met elektronisch gestuurde vernevelaars en zelfs met sensoren voor de luchtvochtigheid.

Op dat laatste type uitrusting gaan we niet in. Hier wel een voorbeeld van een voor de liefhebber haalbaar en betaalbaar systeem.

 

 

Het hele systeem

In de onderzetter staan zeven 'bakjes'. Je kan dus verschillende soorten stekken.

Drainagegaten

Overtollig water kan wegvloeien in de onderzetter.

Regeling van de luchtvochtigheid

Door het oranje afsluitschijfje volledig of deels open te zetten kan je de mate van luchtvochtigheid regelen. Helemaal discht wil zeggen dat er geen vocht kan ontsnappen en dat de luchtvochtigheid zeer hoog zal zijn.

Onderzetter

Als je niet wil dat de omgeving nat wordt, wordt het vocht netjes opgevangen in de onderzetter.

Bronnen

Misschien wil je nog meer uitleg over andere plantensoorten, of wil je meer details. Dit kan je vinden in het boek van Dirr. Het is nog te koop en geeft ook informatie over opkweken uit zaad en over enten. Een aanrader.

The Reference Manual of Woody Plant Propagation, Michael A. Dirr an Charles W. Heuser, Jr.

Andere bronnen voor dit artikel:

Bonsai. Its Art, Science, History and Philosophy, Deborah R. Koreshoff

Internet bronnen om aan te passen aan Belgische situatie