Marcoteren, een basistechniek!
tekst en illustraties: Marc De Beule
Er zijn veel wegen om aan goed materiaal te komen om bonsai uit te ontwikkelen. Een marcot zetten is een ‘snelle’ manier om geschikt materiaal uit een bestaande boom of struik weg te ‘plukken’.
Zelf gebruik ik de Engelse term liever ‘airlayering’, afleggen in de lucht dus. En dat omschrijft precies waar het omgaat. Bij marcoteren kweken we wortels op een stam of tak zonder dat die de grond in de pot of de bodem in de tuin raakt.
We gaan veel dieper in op het hoe en waarom.

De soort vermeerderen
Malus micromalus. Een soort, een hybride eigenlijk, die je niet zo gemakkelijk kan vinden in tuincentra. En als het toch lukt gaat het meestal om een boom op stam die niet echt te gebruiken is voor bonsai. Dit is een 'moederboom' die op zich reeds een marcot is van een tuinboom. Doel is om shohin en mame boompjes aan te maken. Op de foto zijn de marcotten reeds gezet.

Twee betere bonsai uit één plant?
Deze zeer oude en dikke Wisteria is veel te hoog en heeft alleen in de top een goede vertakking. Het is de bedoeling om de top weg te marcoteren en als bonsai te ontwikkelen. Het onderste deel zal dan sterk gaan uitlopen en kunnen uitgroeien tot een tweede bonsai. In dit geval zijn de delen beter dan het geheel.
Waarom marcoteren?
Er zijn verschillende redenen om deze techniek toe te passen.
- Soorten en vooral cultivars die moeilijk te zaaien of te stekken zijn snel vermeerderen. Zeer geschikt voor cultivars en variëteiten die je alleen kan aankopen als ent op een wilde onderstam. Denk aan zowat alle variëteiten van Acer palmatum. Die ent laat dan vrijwel altijd een lelijke verdikking zien die niet past in een degelijke vormgeving. De kunst bestaat er dan in om wortels te kweken – een marcot zetten dus – boven de ent-wond.
- Het beste deel uit een bestaande bonsai of tuinboom weghalen. Het komt vaak voor, een bonsai voldoet niet echt. Maar … een zijtak, of de top zit wel goed in elkaar en kan wel degelijk een goede bonsai opleveren. Je kan die goede delen ‘oogsten’ door op de juiste plaats wortels te kweken. Door te marcoteren dus. Ervaren bonsaika snoeien struiken en bomen met de bedoeling om op meerdere plaatsen een goede vertakking te verkrijgen. Bij bomen in volle grond of in een grote pot gaat dat sneller. Deze techniek wordt gebruikt om op relatief korte termijn shohin en mame te kweken.
- Verbeteren van de nebari. De wortelbasis is niet altijd wat we willen, zeker niet voor sommige soorten en stijlen. Denk aan Zelkova in de bezemstijl. Het is bijna standaard dat die bomen, via marcot, een nieuw wortelgestel krijgen eventjes boven de oude nebari.
- De stam inkorten. Soms staat een boom ’te hoog op poten’. De ruimte tussen de wortelaanzet en de eerste takken is te groot. Om die reden zet men een marcot om op precies de gewenste hoogte nieuwe wortels te kweken. De stomp die dan overblijft kan vaak nog gebruikt worden om een nieuwe bonsai uit op te kweken. Is de regel is dat dan in de ‘klomp stijl’.
- Combinatie van redenen. Eigenlijk kan het plaatsen van meerdere marcotten op een minderwaardige bonsai of pre-bonsai een hele ‘verbouwing’ inluiden die dan leidt tot meerdere nieuwe planten. Een beetje fantasie kan veel nieuw en geschikter materiaal opleveren.
Welke soorten?
Kort? Alle soorten! Maar …
Net zoals bij stekken slaan marcotten bij de ene soort veel gemakkelijker aan dan bij andere. De regel is, ‘Hoe gemakkelijker een soort te stekken valt, hoe makkelijker die ook te marcoteren is.
Lastige soorten, denk aan den en fijnspar, zijn toch te marcoteren mits deze twee aandachtpunten.
- Zet de marcot op vrij jong hout, max vier jaar oud. Nadeel, je zal alleen delen kunnen weg marcoteren met het oog op vermeerdering, niet om een mooie stam te verkorten bijvoorbeeld. Men past dit vooral toe bij cultivars van dennen, in Japan bij de Pinus thunbergii, die moeilijk te enten zijn. Marcoteren kan dan het rendement en vooral de snelheid van vermeerderen verbeteren.
- De marcot langer laten zitten. Normaal haalt men de marcot nog tijdens hetzelfde groeiseizoen weg. Concreet, de marcot plaatsen in de periode april tot midden juni en oogsten in oktober. Het is echter mogelijk om de marcot te laten overwinteren. Voorwaarde is dan wel dat de marcot vochtig blijft en niet gaat bevriezen. Dergelijke marcotten krijgen dus best winterbescherming, bv. door er noppenfolie rond te wikkelen.
De meeste loofbomen, zeker die met een dikkere schors, maken gemakkelijk wortels. Soms reeds na acht weken.
Bij de coniferen ligt het anders. Daar zijn Cryptomeria, Juniperus,Taxus en zelfs Ginkgo, Chamaecyparis, Larix en Taxodium te doen. Pinus, Picea zijn dan weer bijzonder moeilijk.

Wat halen we weg?
De schors is meestal gemakkelijk weg te halen. Voor de bast is dat vaak moeilijker. Die is bij de meeste soorten erg dun. De cambiumlaag moet ongeschonden blijven. Die zorgt voor het opwaartse saptransport. Op plaatsen waar die aangesneden wordt kunnen er zich geen wortels ontwikkelen.
Een beetje biologie
Een boomstam bestaat uit verschillende lagen die elk hun eigen functie hebben. De doorsneden van gras en bamboe zien er helemaal anders uit. Dat zijn dus geen houtachtigen.
In dit artikel gaat het dus over houtachtige bomen en struiken.
De tekening hiernaast is een vereenvoudigde van de lagen. Zo zijn bijvoorbeeld de jaarringen niet te zien.
Voor de techniek van het marcoteren gaat het om de drie buitenste lagen, de bast, het floeem en het cambium. De benamingen bast, kurklaag, schors en floeem gebruikt men zeer vaak door elkaar, zeker in het dagdagelijks taalgebruik.
Het cambium is de laag tussen de ‘schors’lagen en het eigenlijke hout. Het hout zelf speelt in dit verhaal eigenlijk niet mee.
Bij marcoteren is het belangrijk om de kurklaag, de buitenste laag, en het floeem zorgvuldig weg te halen zonder de cambiumlaag te beschadigen. Het floeem is meestal een zeer dun laagje, een vlies eerder, dat makkelijk blijft zitten als men de kurklaag weghaalt. Een scherp mes is een goed hulpmiddel om ook dat weg te halen.
Sommige liefhebber ‘schrapen’ de marcot-zone schoon. Het gevaar bestaat dan dat de cambiumlaag mee verdwijnt. Er zullen zich dan geen wortels vormen.
De techniek
- Kies zorgvuldig de plaats waar de marcot moet komen. In het voorbeeld is dat zeer belangrijk, want het gaat om de nebari van een boom bij onmiddellijk een pre-bonsai zal zijn onmiddellijk na de oogst.
- Duidt aan waar je gaat insnijden. Zowel de bovenlijn als de onderlijn. Op die manier kan je je niet vergissen tijdens het weghalen van de kurklaag en floëem.
- Snij aan met een zeer scherp mes. Een breekmesje doet het ook prima.
- Haal voorzichtig de kurklaag en het floëem weg. Controleer op resten van het floëem en corrigeer zo nodig.
- Breng een plastiek kraag aan.
- Vul de kraag met nat sfagnum mos en vul eventueel aan met wat potgrond.
- Sluit de kraag en zet vast met draad of een colson strip.
- Soms is het nodig om de marcot steun te geven, anders gaar de tak breken.
- Plaats in een schaduwrijke omgeving. Eventueel onder schaduwnet, zeker tijdens een hete zomer.

Celtis
De boom heeft een slechte nebari en een te lange stam. De bast werd reeds weggehaald en het natte sfagnum zit reeds rond de toekomstige wortelzone. Als hulp werd raffia gebruikt om het mos op zijn plaats te houden. Pas daarna volgt het plastiek. Is dit geval, het gaat om een dikke marcot, werd aangevuld met nate potgrond.

Kraagje
Probeer om bovenaan de marcot een 'kraagje' te maken met het plastiek. Dat vangt water op en voorkomt dat de marcot gaat uitdrogen. Dit zou nefast zijn voor de ontwikkeling van de nieuwe wortels.Sommige liefhebbers gaan zelfs zo ver dat ze regelmatig water inspuiten in de mosbal.In de regel volstaat het echter om het plastiek goed vast te zetten en om de plant regelmatig te gieten. Schaduw, vooral tijdens de hete zomerdagen, is aanbevolen.

Zo kan het ook
In plaats van de marcot in te pakken in plastiek kan men ook een plastiek pot open snijden en onderaan voorzien van een gat dat de grootte heeft van de diameter van de stam die men wil marcoteren. De pot kan gewoon op de grond staan in dit voorbeeld. Eens het mos rond de marcot was geplaatst werd de pot aangevuld met potgrond. Tenslotte moet een plastiek kraag alles vochtig houden. Op de appelaar hiernaast staan zeven marcotten. De kans is groot dat die allemaal lukken. Door het gewicht van de marcotten, het zijn tenslotte natte bollen mos, kreeg dit boompje een steun mee in de vorm van een bamboe stokje.
Een paar varianten
De basistechniek blijft altijd gelijk. Maar, variëren is mogelijk.
Zo kan men aangepaste plastiek potten gebruiken in plaats van plastiek folie. Het is in dat geval wel moeilijker om alles vochtig te houden. Dagelijks gieten is dan nodig.
Er bestaan in de handel zelfs speciale plastiek bollen, twee halve bollen eigenlijk, die men om het sfagnum heen moet klikken.
Verder is het perfect mogelijk om meerdere marcotten tegelijk op één boom te zetten. Mijn record is 17 marcotten op één boom, 15 zijn gelukt.
In het voorbeeld hiernaast worden twee stammetjes tegelijkertijd in één marcot aangemaakt. Iets lastiger bij het oogsten omwille van de verstrengelde wortels. Tenzij het een tweestam moet worden natuurlijk.
In het voorbeeld gaat het om de wilde Japanse kers.
Marcotten ‘oogsten’
Wanneer weghalen?
Op een bepaald ogenblik zijn er voldoende wortels om de marcot weg te knippen of af te zagen en afzonderlijk op te potten. Wanneer kan dat precies?
Deze vraag is niet altijd nauwkeurig te beantwoorden. De soort en ook de omstandigheden spelen mee.
In de regel oogst ik altijd in de eerste helft van oktober. Een marcot die vier maand, of iets meer, tijd gehad heeft om aan te slaan heeft in die periode voldoende wortels ontwikkeld. Alleen als een marcot overduidelijk veel wortels ontwikkelde kan het sneller. Dit komt vooral voor bij appel, esdoorn, Wisteria en dergelijke. Bij sommige soorten kan men reeds na zes tot acht weken oogsten.
Sommige soorten moet man laten overwinteren. Bescherming is dan zeker nodig.
Hoe controleren?
Bij soorten die sterke wortels aanmaken, denk aan appel, kan men de nieuwe wortels voelen en zelfs zien. De contouren tekenen zich af op het plastiek.
Een andere aanpak is controle in de mosbal zelf. Maar daarvoor het plastiek voorzichtig los en duw met een stokje wat mos opzij tot je de aansnijding op de stam of het takje ziet. Let op dat je de prille wortels niet breekt.
Pak daarna zeer voorzichtig in of haal de marcot voorzichtig weg als er voldoende wortels zijn.
Help, de marcot slaat niet aan!
Bij controle merkt men dat er helemaal geen wortels zijn. Soms ziet men wel callus op de plaats waar de wortels zouden moeten ontspringen.
Vaak is het mogelijk om wortelvorming toch nog uit te lokken.
Deze ‘mislukte’ marcot vormde knobbeltjes op de plaats waar je wortelvorming zou verwachten.
Dit is callusvorming. De rode pijl geeft aan waar ze zitten.
Je kan nog een poging doen om de marcot te redden.
Snij de callus rondom gedeeltelijk weg. Zowat de helft volstaat. Op die plaats worden de cellen dan gestimuleerd om toch nog wortels te gaan ontwikkelen.
Pak daarna terug zorgvuldig in met het sfagnum en eventueel met potgrond. Vermoedelijk zal dit dan een marcot worden die moet overwinteren.
Het kan helpen om wat stekpoeder aan te brengen om het proces te versnellen.
Nazorg
De jonge wortels van een marcot zijn kwetsbaar en breken gemakkelijk af. Let daarom op volgende zaken:
- Haal het mos niet weg, zelfs niet met een pincet.
- Pot op in een ruime pot.
- Gebruik een droog en los grondmengsel en giet het rond de wortelkluit. De grond zal vanwege de droge korrels gemakkelijk tussen, onder en naast de wortels lopen. Met een stokje zorg je ervoor dat er geen holle ruimtes overblijven.
- Duw NIET aan met de vingers of iets anders! De wortels zullen afbreken.
- Geef overvloedig water zodat de grond tussen de wortels spoelt. Vul zo nodig aan met wat extra grond.
- Voor marcotten die maar weinig wortels ontwikkelden: bind de plant vast aan de pot.
- Laat een volledig groeiseizoen ongemoeid. Zeker geen vormgeving en meestal ook geen snoei.
- Vanaf het tweede groeiseizoen begint men met vormgeving en kan men wellicht zelfs verpotten.
- Matig bemesten tijdens het eerste jaar.
Hieronder de oogst eind 2021 van marcotten uit één moederboom. Dit voorjaar, april 2023, stonden ze allemaal in bloei.
Marcot XXL
Ik mocht een zeer zware marcot uitdoen. Een resterende stomp eigenlijk. Met een diameter van bijna 30 cm en een hoogte van 140 cm leek de plant langs geen kanten op een bonsai.
Veel te hoog vooral. Vandaar het idee om er twee van te maken mits het plaatsen van een marcot. Eentje buiten formaat wel te verstaan. Hierbij het fotoverhaal.

De plant drie maanden na het uitgraven.
De boom is erg vitaal. Ook al is het maar een paar maanden geleden dat die uitgegraven werd, deze blauwe regen is sterk genoeg om een marcot te krijgen. Merk op dat de pot permanent in een schaal met water staat. De marcot zelf is een hele constructie geworden met veel mos en veel extra potgrond. Alles op zijn plaats houden was een klus waar touwen bij te pas kwamen. Ook de stabiliteit van het geheel leverde wat problemen op. Merk op dat er heel wat takken uit de top verwijderd werden. Werken was anders bijna niet mogelijk. Ondertussen stond de plant ook in bloei.

Tweede jaar na de oogst
De grote zaagwond begon onmiddellijk in te rotten. Met de staalborstel op een haakste slijpmachine werd al het rot weggehaald. De takken zorgden al onmiddellijk voor een rijke bloei. De top werd begin van het tweede jaar verpot. Wortels genoeg. De boom beloonde ons met een rijkelijke bloei (onder). Marcoteren kan snel spectaculaire nieuwe bonsai opleveren!
Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be

































Ik ben nog maar 3 maanden bezig met bonsai.
Dit was een zeer duidelijk artikel over marcoteren, met goeie foto’s erbij.
Proficiat met de prachtige resultaten!