Trosroos en Rosa multiflora

tekst en illustraties: Marc De Beule

Trosroosjes zijn veelbloemige rozen met kleine, enkele enkelbloemige bloemen. In de wilde vorm toch. Zoals bij alle soorten rozen bestaan er veel cultivars. Die kunnen zelfs gevuld zijn en komen ook voor in roze, zacht rood, paars en crèmekleurig. Er bestaat een dwergvorm en sommige hebben gekrulde kroonblaadjes. Heel veel variatie dus.

De wetenschappelijke naam, Rosa multiflora, kent een synoniem: Rosa polyantha.

De struik groeit snel en wordt tot 450 cm hoog. De takken zijn niet dik en sterk genoeg om echte stammen te worden. De veelheid aan basistakken ‘houden zich aan elkaar vast’ of leunen aan tegen andere struiken en bomen. De takken hangen zwaar door.

De bloei komt in juni en juli. In de herfst verschijnen helrode rozenbottels die tot in de winter blijven zitten.

Kwekers gebruiken deze roos soms als onderstam om andere soorten en cultivars op te enten.

Trosroos

reeks zaailingen uit 2003

Vermeerderen

Zaaien

Oogst in het late najaar de rozenbottels. Als je ze plat kan knijpen zijn ze voldoende rijp. Haal er de witte zaden uit.

Zaai in zandige grond en dek af met een laagje grond. Druk een beetje aan. Plaats buiten, het is zelfs goed dat er vorst overheen gaat.

De twee plantjes hiernaast zijn verspeende zaailingen na één groeiseizoen.

De zaaibak werd in juni uit elkaar gehaald om de zaailingen te verspenen. Deze planten kregen drie keer voedsel.

De zaailingen zijn wel soortvast maar nemen de kenmerken van de cultivar niet noodzakelijk mee. Dat kan alleen bij stekken of enten.

Stekken

Neem in de maand mei of juni krachtige scheuten als stek. In het voorbeeld hiernaast gaat het om de lange scheut die naar rechts gaat.

Knip helemaal weg en haal de doornen en blaadjes op de onderste drie cm van de stek weg.

Plaats minstens drie cm in een zandige grond. Er bestaat ook stekgrond in de handel. Stekpoeder is niet nodig.

Hou altijd vochtig. Zelf plaats ik deze stekken in de schaduw.

In dit voorbeeld gaat het om een dwergvorm van de trosroos (zie bovenste foto, het plantje is zes cm hoog en gaf in 2024 drie bloemetjes). De bloempjes zijn 7 à 8 mm groot.

Bij zaaien van de rozenbottels levert dat de pure, krachtig groeiende soort op. Stekken is dus de enige optie.

Hiernaast de stek na zes maanden. De top werd reeds weggenomen om de stam te dwingen zijtakken te vormen.

De wortels waren reeds 7 cm lang! Die werden in november ingekort.

Zaaien

Hierboven: zaaibak. Een naamaanduiding plaatsen is altijd aanbevolen, zeker als je meerdere soorten wil zaaien. Hiernaast een fel bewortelde zaailing 8 maanden na het zaaien. De wortels werden ingekort, de stam ook trouwens. De zaailingen werden apart opgepot of per twee of drie om zwaardere stammen te bekomen (zie hieronder).

Sneller naar een dikke stam.

Zoals hoger gezegd vormt de trosroos niet echt dikke stammen. Daarenboven verloopt de verdikking traag.

Het trosroosje dat ik in 2007 kocht in Japan had toch een redelijke stam. De kweker vertelde (toonde) me hoe hij dat aanpakte.

Neem twee tot vijf bewortelde stekken of zaailijngen bij elkaar en omwikkel de wortels met raffia. Niet al te strak. Doe dit voor ongeveer twee derde. Pot dan alles op zodat de wortels bijna helemaal in de grond verdwijnen.

Bemest sterk en laat de plant sterk uitgroeien.

Snoei na twee groeiseizoenen het loof (de takken), zeer sterk terug. Verpot en laat nu al een 10 à 15 mm boven de grond uitstekken. Herhaal dit nog twee tot vijf keer, (nu elk jaar). De bundel wortels zal vergroeien en dikker worden, de kruin komt steeds hoger boven het bodemoppervlak te staan.

Jaarcyclus 2024

Mei: in knop, - juni: bloei, - vanaf half oktober: rozenbottels en na de snoei midden december.

Verzorging

Snoei

Snoeien doet men maar één keer per jaar, namelijk in december/januari. Kort de takken zeer sterk in en selecteer te takken die je wil behouden. Breng zo licht en ruimte in de kruin. Vaak zitten er ook dode stompen of zwakke takjes in, haal die ook weg.

De roos bloeit op de nieuwe scheuten en die vormen zich vanaf eind maart overtalrijk en krachtig.

Soms vormen zich ook scheuten vanaf de stam en zelfs van uit de wortels. Haal die weg van zodra ze zichtbaar zijn. Wil je stekken? Laat ze dan toch een zestal weken doorgroeien en ‘oogst’ ze dan als stek.

Water en meststof, verpotten.

Geef water zoals de gemiddelde andere bonsai. Hetzelfde geldt voor de bemesting. Die mag gerust wat stikstof bevatten – N waarde van 10 of meer – want deze plant moet het hebben van de nieuwe scheuten.

Verpot om de twee jaar en snoei de wortels sterk terug. Het grondmengsel is standaard. Zelf gebruik ik gezeefde fijne akadama met 10 à 15 % gezeefde goede potgrond.

Gebruik geglazuurde potjes. Deze mogen gerust wat speels zijn en decoratie hebben.

Ziekten en plagen

Meest voorkomende insecten zijn bladluizen. Deze zijn te bestrijden met eenvoudige middelen. Regelmatige observatie op luizen, rupsen en cicaden is aanbevolen. Ze vreten aan de bladeren en dat is niet mooi. Andere vallen dan weer de bloemknoppen aan en dat beperkt natuurlijk de bloei.

Ziekten als grauwe schimmel, roest en meeldauw zijn in de eerste plaats te voorkomen (beperken) door de roosjes op een plaats te zetten met voldoende licht en lucht. Dus niet tussen de andere bomen proppen, zeker als die dicht bij elkaar staan. Verder is preventief behandelen met een fungicide aanbevolen om meeldauw te voorkomen.

De andere ziekten komen bij roos als bonsai weinig voor, zeker bij een goede verzorging en voldoende bemesting. Roos is namelijk gevoelig voor gebreksverschijnselen.

Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be