Shidare, de wenende stijl

tekst Marc De Beule, illustraties, W. Evenepoel, S. Van Lint, M. De Beule

Een beetje een buitenbeentje, die ‘wenende’ of ’treurende’ stijl. Sommigen beschouwen dit niet als een aparte stijl, meer als een ‘opvallend kenmerk’ bij een andere stijl. Bijvoorbeeld een moyogi met treurende takken. Het klopt dat een ’treurende’ boom altijd in combinatie gaat met een aantal andere kenmerken die de bonsai in een andere stijl categorie plaatsen.

Dat kan trouwens ook bij andere ‘kenmerken’. Een bonsai in hellende stijl kan perfect een duidelijke literati zijn.

Mij lijkt het best om volgende regel te hanteren: ‘het kenmerk dat het sterkste opvalt bepaalt de stijl’. In het voorbeeld hieronder, de Salix, valt het treurende karakter het meeste op, dus gaat het om een shidare.

De term ‘shidare’ is trouwens het Japans voor wenen maar wij spreken toch vrijwel altijd over treuren.

Treurwilg

Salix babylonica in zomertooi

Voorbeelden in de natuur

Boven: de treurende kruin van een berk. Let op, niet alle soorten berk hebben treurende takken.Onder: Japanse kerselaar. Ook hier de opmerkingen dat niet alle types dat treurende karakter hebben. Voor kerselaren in de shidare stijl gebruikt men meestal de wilde Japanse kerselaar.

Treurstijl in de natuur

In de natuur zijn er veel soorten met neerhangende takken. Zeker bij de jongste twijgjes.

Als dat kenmerk zich doorzet in oudere takken dan spreken we treurende takken. In de Latijnse naamgeving spreekt met dan vaak over ‘pendula’ of ’tristis’.

De meest gekende soorten bij ons zijn de treurwilg, Salix babylonica en de berk, Betula pendula of ruwe berk. De meeste andere berken hebben helemaal niet dat treurende karakter.

Minder gekend bij ons, toch niet als volwassen boom zonder snoei ingrepen, is de Tamarix tetandra. Voor bonsai gebruikt men die wel in de shidare stijl.

De wilde Japanse kerselaar, Prunus x yedoensis, wordt in de lage landen zelden te koop aangeboden. Toch is het die boom die het echte treurende karakter heeft.

Andere soorten, de veel aangeboden Japanse sierkers of Prunus serrulata – met veel cultivars – is niet geschikt voor de stijl. Zelf kweek ik ze op uit zaailingen.

En de cultivars?

Veel boomsoorten hebben een treurende cultivar of variant. Zelfs van een lork kan je een treurende variant vinden. Een van de meest gekende types hierbij is de Fagus sylvatica, de Europese beuk, in treurvorm. Voluit Fagus sylvatica ‘Pendula’.

Al deze treurende varianten worden zelden gebruikt voor bonsai en al zeker niet voor de treurende stijl.

Er zijn meerdere redenen. Deze cultivars ogen niet natuurlijk. Als bonsai refereren ze niet naar iets wat wij als natuurlijk ervaren. En dat is toch een doel bonsai, bomen kweken die er natuurlijk uitzien. De tweede reden is botanisch. Cultivars zijn in de regel zwakker en verdragen veel minder de bonsai ingrepen die we toepassen. Bovendien blijft er altijd een entplaats zichtbaar want varianten zijn niet uit zaad te vermeerderen.

In het artikel gaan we het dus hebben over berk, Japanse kerselaar, Tamarix en treurwilg.

Fagus sylvatica 'Pendula'

Details van de kruin. Merk dat zelfs de zware gesteltakken gaan buigen.

Japanse kerselaar

De wilde soort in volle bloei

Prunus x yedoensis

Foto 1 en 2 tonen dezelfde boom. Zowel kaal als in blad is dit een mooi boompje. Nog erg jong, dat wel.De onderste boom, foto genomen in Japan, toont de Japanse wilde kerselaar in volle bloei. De vormgeving staat trouwens volledig in dienst van deze bloei. De hellende stam geeft ruimte aan de vele treurende takken.

Wilde Japanse kerselaar

In Japan zeer populair als seizoensbonsai. Concreet, je ziet ze in elke bonsaituin opduiken tijdens de bloeiperiode, ergens in de eerste helft van april dus. Het gaat hem dan dus duidelijk om de bloei. Vaak zie je dan ook bomen die wat minder aandacht kregen bij de vormgeving. Doel is om zoveel mogelijk bloesems te tonen, mooi verspreid en uiteraard in de karakteristieke treurende stijl.

Toch is de kerselaar een boom die het ganse jaar door te smaken valt mits een verzorgde vormgeving.

Nog een voordeel, zelfs jonge boompjes bloeien al vanaf hun vierde groeiseizoen. Nog niet uitbundig, eerder subtiel.

De Japanse kers laat zich gemakkelijk zaaien.

Verzamel de kleine kersjes en zaai in het late najaar. In de regel komt 70% uit.

Op het eind van het eerste groeiseizoen zijn de plantjes 10 tot 25 cm hoog, zonder zijtakken. Tijdens het tweede groeiseizoen gaat de groeispurt verder en komen de eerste zijtakjes. Een kerselaar heeft takken die vrij gemakkelijk breken bij het bedraden. Geef dus de stam reeds na het tweede jaar wat beweging door te bedraden. Doe dit met aluminium en werk losjes. Laat ook wat extra draad over zodat je het volgende seizoen de nieuwe uitlopers verder kan bedraden. Let uiteraard op ingroei, wonden herstellen zich niet of zeer moeilijk.

Zoals bij alle treurvormen moet men de nieuwe groei jaarlijks bedraden. Na het weghalen van de draad zal een deel van de takken zich weer gaan oprichten. Dit valt deels te voorkomen door permanent spandraden te plaatsen. Deze haal je weg als je de boom ergens wil presenteren.

Uitdunnen is zelden nodig. Veel takjes wil immers zeggen, veel bloemen.

Kies altijd voor elegante geglazuurde potten, in de regel zullen dat ronde potten zijn.

Wil je de kersen zien rijpen? Bescherm de boom dan met een net, de vogels weten precies wanneer de kersen rood beginnen te worden. Dezelfde dag nog halen ze alle vruchten weg.

Dood hout

Snoeiwonden groeien niet dicht bij kers. In dit voorbeeld zat er niet anders op dan , vertrekkende vanuit de grote snoeiwond bovenaan, een lange shari te maken. Jaarlijks behandelen met een jinmiddel is aangewezen. Deze boom werd 'gewonnen' via marcoteren.

Bedraden

Let op bij het bedraden dat je de kortloten niet beschadigd of knelt. Daar komen het volgende seizoen de bloemen.

Bedraden

Deze takjes stonden tot zes weken voordat de foto genomen werd nog in draad. Nu reeds beginnen de uiteinden van de takken zich op te richten. Voor de uiteinden is herbedraden de enige oplossing. Bij de gesteltakken, die bij hun aanzet altijd een mooie boog maken, is het aangewezen om een spandraadje te zetten tussen stam en tak zodat de secundaire takken weer recht naar beneden gaan hangen.

Tamarix, Chinese penjing

Deze boom is Chinees en daar zijn zowel de soort als de stijl erg populair. Foto genomen kort na de snoei.

Tamarix tetranda

Een plantensoort die vrij vaak in onze tuinen en parken voorkomt. Groeit hier tot een viertal meter hoog, in Zuid-Europa kan het zelfs hoger.

Om goede bonsai te verkrijgen vertrekt men vanaf een marcot uit een zwaardere tuinplant of van een uitgegraven tuinplant die een voldoende dikke stam heeft.

Tip: heb je plannen om een plant uit jouw tuin te gebruiken? Laat dan zwaar uitgroeien en snoei dan zeer sterk terug. Doe dit enkele keren na elkaar, dan verkrijg je beweging in de stam en vermoedelijk ook interessant dood hout.

Startmateriaal

Eén jaar na het oogsten van de marcot. De takken zijn slechts één jaar oud. Klaar voor een eerste vormgeving.

Na bedraden

Plant uit dezelfde 'oogst'. Deze boom werd reeds twee keer in draad gezet. In hetzelfde seizoen. Tamarix is een krachtige groeier. Bemerk het dode hout. De aanwezige zware snoeiwonden werden ruw bewerkt met een frees. De tijd en de natuur zullen de rest doen.

Twee jaar later

Het gestel begint vorm te krijgen. Jammer genoeg sterft er af en toe een tak af. Men moet de vormgeving hoe dan ook elk jaar bijsturen. Zeer jonge takjes kan men de juiste treurende vorm geven door er gewichtjes aan te hangen, in dit geval wasspelden.

Berk in winterbeeld

Het treurende effect komt het beste tot uiting als de boom kaal staat.

Betula pendula

Er bestaan veel soorten berk en onderlinge kruisingen. Het is echter enkel de B. pendula of ruwe berk die het uitgesproken treurende karakter heeft. Dat is ook zo in het landschap te zien. De foto bovenaan herkent iedereen onmiddellijk als dat van een treurberk.

Men kan jonge zaailingen gebruiken om deze stijl mee te realiseren, maar dat duurt bijzonder lang, zekers als men ook de mooie ruwe en witte bast wil.

Berken laten zich gemakkelijk uitgraven en sterk inkorten. Binnen de kortste keren zullen er zich lange zijtakken ontwikkelen. En het zijn precies die takken die we nodig hebben.

Kweek een drietal jaren in een grote kuip en breng dan stapsgewijs over naar een bonsaipot.

Tijdens die jaren kan men dan een kruin opbouwen.

Salix babylonica

De boom zelf is bij ons gekend als de treurende boom langs de waterkant. Zeer gemakkelijk te kweken. Gewoon een stuk afzagen, dat mag gerust een diameter hebben van ruim tien cm, in een emmer met water zetten tot er wortels komen en tenslotte oppotten. Dan begint het bedradingswerk, jaar na jaar.

Meestal zit er aan een dergelijke ‘stek’ een grote zaagwond. Die is ideaal om er een holle stam mee te maken die loopt tot aan de stambasis.

De kruin zelf wordt pas mooi na enkele jaren.

Bekijk de foto hiernaast zorgvuldig en ontdek dat de opbouw zeven à acht jaar duurde. Toch nog twee tips.

Bedrading groeit snel in, controleer vanaf 8 weken na het bedraden.

En twee, een treurwilg heeft bijzonder veel water nodig!

Taal- of schrijffout opgemerkt? Laat het ons weten via support@bonsaivlaanderen.be