Jin, shari, saba-miki en uro
Vier populaire Japanse woorden die elk een soort dood hout aanduiden in het bonsai jargon. Welke lading dekken die woorden. Deze termen zijn zeer breed in gebruik. In die mate zelfs dat er geen echt bruikbare Nederlandse woorden voor bestaan.
We leggen even uit en illustreren met voorbeelden.
Uro Holte
Holtes in een stam of tak zijn vrijwel altijd het gevolg van het wegknippen of afbreken van een tak. De stomp verdwijnt en rot verder in. zo ontstaat een holte. soms is een uro ook het gevolg van een insectenschade.
Holtes komen vooral voor bij soorten met zacht hout, vooral bij loofbomen dus.
Maar, alle hout rot uiteindelijk weg en dus kunnen er holtes ontstaan bij alle soorten. Zelfs in jin en shari, op plaatsen waar vroeger een stomp gezeten heeft bijvoorbeeld.
Uro worden vaak door de bonsaika wat dieper gemaakt om een beter visueel effect te hebben. De donkere kleur, schaduw, versterkt het dieptegevoel nog.

Indrukwekkende top-jin
De grote jin, stam en takken, is uit noodzaak ontstaan. Om één of andere reden is het rechtse deel afgestorven. Men had dat dode deel helemaal kunnen wegnemen maar de kunstenaar zag er een meerwaarde is om al dit dode hout te behouden. Het dode hout is nog jong en oogt nog te 'vers'.
Jin Dode top of tak
Als gevolg van ziekten en plagen sterven er soms takken af in een boom. De top kan om dezelfde reden doodgaan of door blikseminslag of een andere mechanische reden. Denk aan een steenlawine.
Afhankelijk van de hardheid van het hout zullen deze delen al dan niet lang blijven zitten.
Omwille van het effect, veroudering vooral, zullen liefhebbers kunstmatig jin aanbrengen.
Jin bestaan er in alle stadia die wegrottend hout kan doormaken. De laatste vijftig jaar gebruikt men zowel handgereedschappen als elektrische machines om hout te bewerken tot mooie jin en andere vormen van dood hout. Een bezigheid die veel vaardigheid vereist en ook wat artistiek inzicht. Heel vaak zien we heel gekunstelde jin. Gelukkig maakt de tijd, het effect van erosie en rotten dat met de tijd wel goed.
Shari ‘Geschonden bast’
Door tal van oorzaken kan een deel van de bast verdwijnen zonder dat de rest van de stam of tak afsterft. Dat noemt men shari.
De oorzaken zijn erg uiteenlopend. Klassiek is de blikseminslag, maar veel vaker gaat het om wrijving van takken tegen elkaar, dieren die zich komen schurken, uitscheurende takken en zelfs grondverschuivingen.
In onze bonsaiwereld is de mens zelf dikwijls de oorzaak. Shari zijn populair.
Saba miki  Holle stam
We kennen het fenomeen ook in de lage landen. Wilgen die stilaan uithollen. Dat aspect heeft veel aantrekkingskracht en verleent de boom iets geheimzinnigs.
Holle stammen zijn het gevolg van inrotting van bijvoorbeeld een shari die met de jaren steeds dieper werd. Bonsaika maken al vele jaren kunstmatige holtes. Het is trouwens een hele kunst om die er natuurlijk uit te laten zien.
Levend beeldhoutwerk?
Sinds de jaren tachtig is er een trend ontstaan die extreem veel dood hout gebruiken in een bonsai. Het lijkt wel of de levende delen helemaal ondergeschikt zijn. Een beetje een excuus omdat het anders niet meer om een bonsai zou gaan.
Masahiku Kimura deed baanbrekend werk op dit vlak. Zijn boeken zijn nog altijd erg gewild.
Bij deze bonsai kan men terecht spreken van een levend beeldhouwwerk. Meestal worden ze gemaakt uit Yamadori die reeds veel dood hout hebben. Denk voor Japan aan de shimpaku, de jeneverbes. Bij ons leveren de Yamadori van de Juniperus sabina ook materiaal om uit te bouwen tot levende beeldhouwwerken.
Tegenwoordig is de hype wel voorbij maar op tentoonstellingen blijkt dat deze doorgedreven toepassing van dood hout bestaansrecht verworven heeft.

Prunus mume
Hier gaat het om werk van de natuur zelf. Een mensenhand kan dit niet namaken. Dit dood hout is trouwens erg delicaat en zal nog verder evlolueren. Vermoedelijk zullen er vroeg of laat stukken afbreken en zal de jin aan aantrekkingskracht verliezen. Gelukkig zijn de kruin en de jaarlijkse bloei ook krachtige aantrekkingspunten. Bemerk dat er soms stukjes schors op het dode hout blijven zitten. Dit doet men omwille van de aantrekkelijke textuur.




























soms vind ik de jin te druk {overdreven]
Klopt, maar dit is eigenlijk een heel persoonlijke keuze. Het is geen verplichting.
De trend om veel dood hout toe te passen is ondertussen wel een beetje voorbij.