Nebari
Wortelaanzet of stambasis
Met de nebari staat of valt, ook letterlijk de hele boom. Ook de invloed op de totale vormgeving van een bonsai is enorm.
Wat is de nebari eigenlijk?
In feite spreken we over de manier waarop de boom in de grond verdwijnt. Een goede nebari oogt natuurlijk, verdwijnt niet als een weidepaal in de grond.
Tot hier is het plaatje eenvoudig. We denken dan aan een oude boom met prachtige oppervlaktewortels. Onderaan de stam zie je de basis zachtjesaan verbreden en gaat die stam over in de wortels. Daartussen wat mos en het plaatje is compleet.
Dit beeld werd zowat de standaard in het beoordelen van bonsai. Maar … wat blijkt? Vele topbonsai voldoen niet aan dit zogenaamde ideaalbeeld.
En toch ogen die bomen natuurlijk, zijn ze in evenwicht en zijn ze absoluut harmonieus in hun opbouw.
In dit artikel zoeken naar het waarom aan de hand van een viertal factoren die en enorme invloed hebben op de aard van de nebari: de soort, de stijl, dood hout en kweektechnieken.
De soort
De ontwikkeling van oppervlaktewortels verschilt erg van soort tot soort. Bij veel loofbomen lukt het om een mooie krans aan horizontaal gespreide wortels te krijgen. Wie de moeite doet om die horizontale wortels te spreiden bij het verpotten kan op enkele jaren tijd de perfecte nebari ontwikkelen.
Tenminste, als de boom daarin meegaat. Bij heel wat fruitbomen bijvoorbeeld, de kerselaar voorop, merkt men al vrij snel dat één of twee oppervlaktewortels het voortouw nemen en veel vlugger verdikken. Gevolg, de wortelaanzet wordt erg asymmetrisch.
Andere soorten lijken wel helemaal geen stambasis te hebben. Denk aan Juniperus. Daar lukt het zelden om mooi aangezette wortels zichtbaar te houden. In het beste geval verdikt de stam een beetje helemaal onderaan, tapsheid, en kan je dat ook zichtbaar houden.
Bij veelstammige gewassen, struiken dus, is het vaak een warrig geheel aan de stambasis. De nebari is daar veel minder van belang om het geheel tot een aantrekkelijke bonsai uit te bouwen.
De stijl
Bij de rechtopgaande stijlen horen de klassiek opgebouwde nebari. Wortels rondom, een beetje extra tapsheid aan de basis en wortels die heel natuurlijk verdwijnen in de bodem.
Bij andere stijlen klopt dat beeld echter niet. Bij hellende stijlen zal de ene wortel veel sterker zijn dan die aan de andere kant. Kwestie van alles goed te verankeren in de grond. Een bijna symmetrische nebari zou trouwens onnatuurlijk zijn.
Bij struikachtige soorten, denk aan Chaneomeles, en meerstammige stijlen speelt de nebari vaak een ondergeschikte rol. De wortels groeien in elkaar tot één kluit en ze vallen minder op. Het ritme van de stammen speelt een veel grotere rol als eye catcher.
Wie kijkt naar bonsai in de steltwortelstijl of ‘wortels over rots’ zal merken dat de term ‘nebari’ een heel andere lading dekt.
Dood hout
Dood hout loopt vaak door tot aan de nebari. In de vorm van shari, een strook bast die weg is, en saba miki, een holle stam. Dood hout valt in de regel erg op, al zeker door de bleke kleur. Dat heeft ook invloed op de uitstraling van de nebari als geheel.
Bovendien verdwijnt vaak een deel van de wortels. Omwille van het feit dat ze dood zijn rotten ze hoe dan ook snel weg.
De kunst is dan ook om de impact -visueel dan- van dat dode hout te verzoenen met het totaalbeeld van de nebari.
En soms gaat het zelfs zover dat de hele wortelbasis weggerot is. Bij een uitgesproken holle stam bijvoorbeeld.
Kweektechniek
Sommige kwekers gebruiken technieken om extra brede nebari te bekomen. Nebari zoals je die in de natuur niet echt kan tegenkomen.
Een eerste bestaat er in om veel, soms meer dan 50, zaailingen bij elkaar te planten. De wortelkluiten zullen in elkaar groeien. Stap voor stap neemt men dan boompjes weg. De vergroeide nebari blijven echter leven en vormen zo een brede basis. Met deze werkwijze gaat men door tot er één boom overblijft, plus de vele vergroeide stambasissen van al die andere weggeknipte bomen.
Niet alle boomsoorten lenen zich voor deze techniek. Populair hiervoor zijn Acer buergerianum en Acer palmatum. Maar het kan ook met onze veldesdoorn en es. Experimenteren is de boodschap.
Ook wel belangrijk: een echt goede nebari is in de regel het resultaat van jarenlange opkweek in een pot. In de volle grond lukt het veel minder goed om het proces in de hand te houden. En bij yamadori al helemaal niet. De nebari zijn daar niet meer te beïnvloeden. De kunst is dan om ‘vreemde’ situaties uit te spelen of juist te verdoezelen. De kunst van de illusie, ook voor de stambasis.













































het moet Chaenomeles zijn ipv Chaneomeles en palmatum ipv plamatum
Nagezien. Nu zijn de benamingen juist.