Slabs, zeer platte stenen, zijn populair om bossen op te planten. Soms dienen ze ook voor composities die het midden houten tussen vlakke samenstellingen en rotsachtige creaties. De laatste jaren experimenteren bonsaika zeer veel met dergelijke werkstukken.
De klassieke platte stenen hebben echter wel wat nadelen. Ze zijn in de regel zwaar en de vorm is niet zo gemakkelijk aan te passen. Bovendien zijn echt mooie platte stenen niet gemakkelijk meer te vinden.
Er zijn pottenbakkers die erin slagen om keramiek slabs te maken. De echt goede kunstenaars maken mooie dingen. Maar ook op dat vlak is het aanbod niet al te groot en is de kostprijs meestal behoorlijk.
Daarom zijn nogal wat liefhebbers op zoek gegaan naar alternatieven door kunststoffen te gebruiken. En dan komt men onmiddellijk bij polyester terecht. Hierbij het verhaal van een zoektocht.
Tekst en illustraties: Patrick De Maere
Een slab is klassiek vlak en zonder opstaande randen. Bij het aanplanten moet men dan ook een soort wal bouwen met bijvoorbeeld keto. Die rand moet dan de potgrond bijeenhouden net zoals de wanden van een gewone pot dat doen.
Een variant zijn de slabs met een min of meer opstaande rand. Het type ‘opdienschaal’ dus. Bij deze vorm is het niet of nauwelijks nodig om zelf een rand te bouwen.
Een tweede variant kan men vaak nog nauwelijks een slab vormen. Het gaat om meer ruimtelijke vormen die al meer doen denken aan artificiële rotsen. Vaak experimenteert men hier met nieuwe vormen als ‘drager’ van bonsai.
Een natuurlijke vorm maken is een hele uitdaging. Daarom maakt men vooraf best enkele schetsen. Bekijk eventueel wat voorbeelden, die zijn bijvoorbeeld te vinden in oudere bonsaiboeken van Japanse origine. Het is vooral de kunst om de rand ‘geloofwaardig te maken.
Sterkte
Polyester is sterk, maar bij grote stukken is het echt wel nodig om het geheel te versterken met andere materialen.
Daarom werkt men ander materiaal in bij het opbouwen van de slab. Die materialen, bijvoorbeeld stukken betonijzer, worden dan ingebed in het polyester. Soms werkt men ook verder op een bestaande stenen plaat, kippengaas, een stevige plaat uit materiaal dat niet rot, … …
Textuur
De textuur is het uitzicht en het ‘voelen’ van het oppervlak, zonder rekening te houden met de kleur. De textuur gaat dus over de oneffenheden in het oppervlak. Deze kan perfect glad zijn, korrelig, scherp, enzovoort.
Polyester is van nature uit glad. Je zal hooguit de onderliggende glasvezels kunnen voelen.
Textuur bekomt men door toevoeging van materialen. Denk dan aan zand in verschillende korreldikte, fijn gebroken glas, split in diktes van 2 tot 6 mm, … Zelfs gebroken lava is mogelijk.
In de praktijk komen materialen met scherpe kantjes natuurlijker over dan mooie ronde bolletjes.
Maak op voorhand enkele test plaatjes aan zodat je zeker bent van het te verwachten resultaat.
Kleur
De inmenging van materialen in het polyester zal zeker de kleur beïnvloeden. Maar zelden zal dit de kleur zijn die men wenst. Vandaar dat men bij de afwerkingslaag (topcoat) kleurstoffen mengt. Deze worden speciaal gemaakt om polyester te kleuren.
Daarnaast kan men ook nog materialen strooien op het nog natte polyester. Bijvoorbeeld zand, cement en minerale kleurstoffen. Het is vooral de kunst om geen egale inkleuring te krijgen. Variatie in tinten zorgt voor een natuurlijke look.
Veiligheid
Voor men met polyester begint te werken neemt men best enkele voorzorgen.
- Werk in een goed verluchte ruimte of buiten als er geen wind of regen is.
- Draag een masker
- Draag wegwerp handschoenen
- Draag een all over beschermpak, zeker als je meerdere stukken wil maken. Polyester op kleding is niet weg te halen!
- Maak een goed planning
- Zorg voor een werkomgeving zonder hindernissen.
Werkgang
- Eerst testen. Zorg dat je vooraf goed weet welke inmenging je wil doen voor de gewenste textuur en de kleuring.
- Zet alle materiaal klaar en zorg voor voldoende werkruimte.
- Maak een ontwerp, bijvoorbeeld op een stuk karton.
- Maak het steunvlak en denk vooral aan de versteviging. Dit kan bijvoorbeeld een bestaande plaat zijn uit kunststof of zelfs uit steen (denk aan het gewicht). Voeg eventueel extra versteviging toe door betonijzer aan te brengen. Leg de staven vast met draadjes. Daarvoor moet men uiteraard vooraf gaatjes in de onderliggende plaat boren.
5. Opbouw met polyester
- Breng eerst een laagje aan over de ijzeren staven. Op die manier ‘kleeft’ men de versteviging op de plaat.
- Bedek daarna ook de rand en werk naar het midden toe, zodat de oorspronkelijk plaat niet meer zichtbaar is.
- Tip: Wil je meerdere slabs maken? Doe dat dan tegelijkertijd. Dat spaart materiaal en tijd.
- Breng meerdere lagen aan tot de nodige stevigheid bereikt is. In de laatste laag met toevoeging van een korrelig materiaal. Dit materiaal kan gemengd worden in de hars of in de nog natte polyester gestrooid worden. Met de borstel kan je ervoor zorgen dat het oppervlak niet al te glad is. Reliëf aanbrengen dus. Gewoon uit de losse pols op strooien geeft in de regel een goed effect. Gebruik eventueel een spatel om te modelleren.
- Bouw de rand verder uit tot de gewenste grootte en vorm. Je kan ervoor zorgen dat er licht opstaande rand komt om de potgrond beter vast te houden zonder keto te moeten gebruiken.
- Eens de gewenste vorm bereikt is, laten hard worden en eventueel nog wat bijslijpen
- Nu kan de eindlaag (zonder glasvezel) aangebracht worden die de eindkleur en finale textuur bepaalt. Ook hier word er korrelig materiaal in verwerkt. Maak verschillende kleur variaties klaar die je willekeurig aanbrengt.
- Strooi op het ogenblik dat deze topcoat nog nat is, heel fijn zand op deze laag om het blinkend effect te neutraliseren. Meestal word wit zand gebruikt, maar experimenteren met gekleurd zand is aan te raden.
- Boor, na het uitharden, gaten in de slab en zet draden vast om de latere beplanting te fixeren.



































Geef een reactie