De tweede Japanse bonsaituin die aan bod komt is die van de familie Urushibata: Taisho-en. De kwekerij is gelegen aan de voet van de Fuji. De inmiddels overleden vader Nobuichi bouwde de tuin uit, maar het is de zoon, Taiga die bekendheid kreeg door ondermeer demonstraties in Europa. Hij verzorgde trouwens ook een demo op de Trophy.

Tekst en foto’s: Marc De Beule

In tegenstelling tot de meeste bekende Japanse bonsai tuinen domineren hier de kleine en midden formaat bonsai. Zeg maar Shohin en Kifu. Al zijn er natuurlijk wel wat uitzonderingen.

Het is ook een zeer verzorgde en open tuin. Gericht op het ontvangen van bezoekers en leerlingen. Die leerlingen zien we dan ook aan het werk tijdens ons bezoek. Een uitstekende etalage voor de betere (beste) bonsai voor Japanners en de westerse bezoeker.

En wat ook goed om weten is, men ontvangt er ook studenten voor een zeer korte periode. Grondig kennis maken met het leven op een bonsaikwekerij dus.

Bij de inkom krijgt de bezoeker meteen een soort ‘etalage’ te zien. Veilig achter een dikke glazen wand. Bescherming tegen vandalisme en diefstal. Tien tot twintig jaar geleden zag je dit niet in Japan, nu helaas wel. De stukken zijn tegelijk indrukwekkend en origineel. De ‘etalage’ krijgt trouwens regelmatig andere pronkstukken.

Het grootste deel van de tuin zelf staat vol met strakke rekken die propvol bonsai staan. Alle soorten door elkaar maar wel allemaal in de shohin (tot 23 cm) en kifu (tot 40 cm) size.

Het is een hele oefening om al die bomen te bekijken. Wat opvalt is dat er eigenlijk geen prebonsai of matige bomen tussen staan. Hier bieden ze alleen goede tot zeer goede bonsai aan. Een wandeling in deze tuin duurt dus wel even. Onder de tafels staan een massa potten. De reserve zeg maar. Keuze genoeg hier.

De shohin staan netjes samen op aparte banken. Ook bij de kleintjes is de kwaliteit bijzonder hoog. De familie Urushibata geniet in Japan heel wat aanzien als het gaat om de opkweek van shohin.

Hier staan ook een reeks boompjes in trainingspot. De koper zal dus zelf een passende pot moeten aankopen. Geen nood, er staan een massa potjes in alle kleuren en vormen netjes opgesteld.

Niet verwonderlijk dat de leerlingen dagelijks heel wat tijd besteden aan het gieten van al dit moois.

In de meeste grote tuinen krijg je alleen de ‘showroom’ te zien. De serres en de opstellingen met de prebonsai en dergelijke zijn niet toegankelijk voor het publiek.

In deze tuin is dat helemaal geen probleem. De bezoeker mag overal komen.

Bij Urushibata gebruikt men de meeste serres ook als werkplaats en opslagruimte. Voor ons geeft dat een beter zicht op de dagelijkse gang van zaken. Hier staat het materiaal dat nog in opbouw is. Dood hout dat nog verdere verfijning nodig heeft, een kruin die nog een extra keer draad nodig heeft en ga zo maar door.

In de serres gebruikt men geen klassiek schaduwdoek maar stroken zwart doek die als gordijntjes boven de bomen hangen. Dat zorgt door een dynamische schaduw. Tussen de stroken kan nog wat direct zonlicht. En de zon verandert van positie – eigenlijk doet de aarde dat – en dus krijgen de planten af en toe zon en af en toe schaduw. Tijdens ons bezoek was dat niet nodig en waren de ‘gordijntjes’ netjes opgebonden.

In de serres stonden ook de grotere stukken. Waarom die niet op de tafels buiten stonden was niet meteen duidelijk. Misschien waren ze nog niet klaar voor verkoop?

Een wandeling naast de showtuin leert nog veel andere zaken. Vooral dan over de gebruikte technieken.

Ook hier blijkt men niets geheim te willen houden.

De gebruikte technieken zijn in de regel wel gekend, maar de manier waarop men ze toepast is vaak toch wel ongewoon.

Wie van ons zou op de indrukwekkende beuk hiernaast toch nog even twee boompjes gaan enten?

Mislukken is geen optie, want dat zou zware littekens nalaten op de bast.

In verband met het bewerken en behandelen van dood hout is hier niet zo veel te zien. De paar exemplaren die er staan leren ons wel dat het aanmaken en behandelen reeds vroeg tijdens de opbouw van de boom begint. Een andere vaststelling, bij Juniperus gebruikt men altijd een jinmiddel ter bescherming. Bij andere soorten was dat niet altijd het geval.

Bij Urushibata is enten een veel toegepaste techniek. Men wacht daar blijkbaar niet af tot er backbudding komt op vijfnaaldendennen. In de kale zones ent men gewoon takjes aan.

Het plastiek rond de ent is nodig om de verdamping tegen te gaan, dat verhoogt dan weer de kans op slagen van de ent.

In de tuin staan twee ateliers. Ze zijn bijzonder verzorgd. Ze bieden ook veel ruimte en licht. Het moet er bijzonder aangenaam zijn om te werken.

De vaste medewerkers, waaronder Taiga, de zoon, zelf zitten in het mooiste gebouw. Indrukwekkend over welk arsenaal aan gereedschappen en andere hulpmiddelen hij kan beschikken.

In het tweede atelier werken vooral de leerlingen. Het atelier zelf is evenwaardig, ruimte, licht en uitrusting.

De netheid is bijna pijnlijk. Dagelijks opruimen en kuisen is hier dan ook de regel Daar ontsnapt niemand aan, noch de leerlingen, noch de vaste medewerkers.

Wat betreft leerlingen is Taishoen een beetje een uitzondering.

Zeer veel bonsaituinen in Japan nemen leerlingen aan. Dat is dan in de regel voor drie maanden en zelfs voor meerdere jaren. Men gaat dan een volledige opleiding aan.

In deze tijd kan men, tot voor corona in elk geval, voor korte tijd terecht. Zelfs voor één week. Het gaat dan om een volledige onderdompeling in de dagdagelijkse praktijk van het leven op een bonsaikwekerij.

Slapen doet men in een éénkamerstudio van de tuin zelf. En wie rekent op een achturendag is er aan voor de moeite. Werken van zeven tot zes, meestal langer, is de regel. En ook op zaterdag valt er werk te doen. Bonsai als mindset wordt er echt wel ingepompt.

In de regel blijven studenten drie tot zes maand. Vaak met een herhaling later om zo ook de werkzaamheden tijdens de andere seizoenen te leren kennen.

We waren meer dan drie uur in de tuin. En wat me opviel was dat de meester niet langskomt bij de leerlingen. Blijkbaar krijgen die ’s ochtends hun opdracht waar ze dan helemaal zelfstandig aan moeten werken. Ik liet me vertellen dat ze ’s avonds wel feedback krijgen. Leren doe je daar vooral door goed te kijken en te luisteren en door veel te werken.

Wat betreft dat luisteren valt het erg mee, Taiga spreekt namelijk vrij vlot Engels. Lessen Japans vooraf zijn niet echt nodig.

Open

8.30u tot 18.00u, elke dag van de week

Adres

1872-2 Ikeda, Suruga Ward, Shizuoka City

Hoe geraak je er?

  • Rij met de shinkansen tot het hoofdstation van Shin-Shizuoka
  • Neem dan de lokale trein naar Higashishizuoka
  • Neem vandaar een taxi, te voet is het vrij ver.

Site

Contact

Via het mail formulier op de site (ook in het Engels)

Extra foto’s na een bezoek in november 2023.